Naar een theorie van de weerbare rechtsstaat
Wereldwijd worden constitutionele democratieën uitgehold. Vaak gebeurt dat vanuit het parlement zelf. In de zoektocht naar een remedie gaat het veelal over de vraag hoe we de democratie weerbaar maken. Mr. dr. Jorieke Manenschijn pleit voor het verleggen van onze aandacht. Zij stelt in haar proefschrift een andere vraag centraal: wat is een weerbare rechtsstaat? En op welke wijze kan de weerbare rechtsstaat een antwoord bieden op constitutioneel verval?
In 2024 leefde slechts 28% in een democratisch bestuurd land, terwijl dit in 2004 nog 51% was. Ook in Nederland wordt gewaarschuwd voor verval van de democratische rechtsstaat. De aantasting van constitutionele democratieën gebeurt op verschillende manieren, zowel van buitenaf (terrorisme, klimaatverandering), als van binnenuit (populisme, desinformatie). De dreigingen van binnenuit, die gedreven worden door politieke actoren, vormen een interessante paradox: mogen politieke partijen via het wetgevingsproces de constitutionele democratie uithollen of zelfs afschaffen? Formeel gezien is het legaal; de juiste procedures zijn gevolgd. Maar intussen worden wel de kernwaarden van de constitutionele democratie aangetast. Deze vorm van aantasting uit zich vaak in de manier waarop er met grondwettelijke normen wordt omgegaan, of krijgen vorm in een grondwetswijziging. Daarom wordt het ook wel constitutioneel verval genoemd, in plaats van democratisch verval.
Constitutioneel verval
Constitutioneel verval is een proces van stapsgewijs, substantieel verval van een van de drie basisvereisten van de constitutionele democratie: vrije verkiezingen, vrijheid van meningsuiting en vereniging, en bestuurlijke rechtsstatelijkheid. Dat verval kan op meerdere manier worden veroorzaakt:
- wijziging of vervanging van de geschreven Grondwet;
- wijziging van secundaire wetgeving of ongeschreven regels en principes;
- schending van de Grondwet.
Constitutioneel verval verloopt vaak subtiel. Door het combineren van meerdere, op het eerste oog onschuldige, wijzigingen, wordt een soort ‘Frankenstate’ gecreëerd. Het geraamte van de constitutionele democratie staat nog overeind, maar dit geraamte is niet meer dan een lege huls. Overigens is niet iedere wijziging van de rechtsstaat (zelfs al gaat het om een achteruitgang) direct een gevaar voor de rechtsstaat.
De weerbare democratie
Vanuit de wens om een zelfverdedigingsmechanisme te vinden voor de democratie is eerder het idee van de ‘weerbare democratie’ ontstaan: een democratie die antidemocratische maatregelen mag nemen om zichzelf te beschermen. De weerbare democratie heeft vier ‘verdedigingslinies’, waarvan de eerste het belangrijkst is:
- het partijverbod: een politieke partij kan ontbonden worden als deze de democratie ernstig schaadt of wil schaden.
- het democratische debat: partijen moeten met elkaar in gesprek om hun plannen te verdedigen en meerderheden te zoeken. Partijen kunnen vervolgens weigeren om samen te werken met partijen die een antidemocratisch karakter hebben.
- de Grondwet: in de Grondwet kunnen bepaalde waarden verankerd en beschermd worden, bijvoorbeeld door constitutionele toetsing of een eeuwigheidsclausule.
- de maatschappij: een sterke democratische cultuur onder zowel burgers als politici en ambtenaren.
Deze vier instrumenten richten zich op het tegengaan van democratisch verval. Maar democratisch verval heeft een ander karakter dan constitutioneel verval. Het idee van de weerbare democratie biedt dan ook geen goede handvatten om constitutioneel verval te analyseren of tegen te houden.
Om dat concreet te maken: via het democratische debat en het partijverbod bijvoorbeeld is democratische schade te pareren als die door nieuwe, kleine partijen toegebracht dreigt te worden. Constitutioneel verval uit zich echter vaak pas nadat partijen al een machtspositie hebben verworven. Dan zijn die twee middelen machteloos geworden.
De Grondwet als verdedigingslinie heeft wel potentie om constitutioneel verval tegen te gaan, maar ideeën daarover zijn tot op heden nog onderontwikkeld. In haar proefschrift richt Manenschijn zich daarom juist op die verdedigingslinie. Dat doet ze onder de noemer van de ‘weerbare rechtsstaat’.
Wat is de weerbare rechtsstaat?
Met oog op deze doorontwikkeling pleit Manenschijn voor een ‘minimale theorie’, waarbij het puur gaat om effectieve machtsverdeling en tegenmacht. Daarvoor is antwoord nodig op deze drie vragen:
- Wat betekent ‘rechtsstaat’ in deze context? In andere woorden: wat moet er precies beschermd worden?
- Wat zijn de instrumenten van die weerbare rechtsstaat? Dus: op welke manier kan de rechtsstaat beschermd worden?
- Hoe verhoudt de weerbare rechtsstaat zich tot de weerbare democratie?
Wat er beschermd moet worden is het fundament van de rechtsstaat: het principe dat er beperkingen worden gesteld aan de overheidsmacht. Hieruit vloeit het antwoord op vraag twee voort, namelijk dat formele instrumenten voor die bescherming het meest geschikt zijn. Manenschijn stelt dat we hiervoor enerzijds een waaier aan (bestaande, maar ook nieuwe) constitutionele waarborgen kunnen inzetten die de belangrijkste structuren van de rechtsstaat bevatten. Denk aan het evenredige kiessysteem (hebben we al), maar ook aan maximumtermijnen voor regeringsleiders (hebben we nog niet). Anderzijds zijn er ook machtsmiddelen nodig om deze essentiële structuren te kunnen beschermen. Deze instrumenten zijn militant te noemen. Denk hierbij aan de mogelijkheid om een regeringsleider af te zetten als deze de kern van de rechtsstaat schendt. Tot slot: deze opvatting van ‘de weerbare rechtsstaat’ moet volgens Manenschijn gezien worden als een aanvulling op de weerbare democratie; een vangnet dat gebruikt kan worden als er toch partijen door de ‘mazen’ van de weerbare democratie glippen.
Praktisch nut
Het concept van ‘de weerbare rechtsstaat’ kan een helder kader bieden voor het analyseren van constitutionele veranderingen en het tijdig detecteren van problematisch constitutioneel verval. Daarnaast biedt het inzicht in zowel de bredere constitutionele waarborgen die belangrijk zijn voor de stabiliteit van de democratische rechtsstaat, als in ‘militante’ instrumenten die kunnen bijdragen aan het tegengaan van problematisch constitutioneel verval. Het idee van de weerbare rechtsstaat biedt zo een waardevolle bijdrage aan het debat over de bescherming van de democratische rechtsstaat.
Dit artikel verscheen eerder in print in het ProDemos Magazine. Een selectie van artikelen uit dit magazine publiceren we via onze online kanalen.
Over Jorieke Manenschijn
Jorieke Manenschijn studeerde zowel rechten als filosofie. Ze is verbonden aan de Universiteit Leiden als gastmedewerken en buitenpromovendus. Daarnaast werkt ze bij de Raad van State als senior-adviseur Constitutioneel Recht. In februari 2026 verdedigde ze haar proefschrift aan de Universiteit Leiden. Dit essay is gebaseerd op de Nederlandse samenvatting van het proefschrift. In 2024 bracht ze samen met hoogleraar Bastiaan Rijpkema en onderzoeker Steven Bruintjes het boek ‘Weerbare rechtsstaat: de vangrails in de grondwet’ uit.