De democratische rechtsstaat op volle snelheid

In juli 2025 uitte David van Reybrouck in het televisieprogramma Buitenhof zijn zorgen over ons politieke bestel. ‘We beoefenen democratie al 200 jaar op dezelfde manier, terwijl de maatschappelijke condities volkomen veranderd zijn. We rijden met de postkoets van Thorbecke op de snelweg’, betoogde hij. Een tamelijk beangstigend beeld. Is onze democratische rechtsstaat inderdaad toe aan vernieuwing? 

De Nederlandse grondwet

Om de metafoor van Van Reybrouck te begrijpen moeten we terug in de tijd naar de 18e-eeuwse Franse filosoof Charles Montesquieu. Aan de huidige route die een Nederlands wetsvoorstel moet doorlopen om een uitvoerbare wet te worden, ligt namelijk zijn idee van de trias politica ten grondslag: de scheiding der machten. Volgens Montesquieu moeten in een staat de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht verspreid zijn, zodat ze elkaars functioneren kunnen bewaken. Dit systeem van controle en evenwicht (checks and balances) zorgt ervoor dat geen enkele ‘macht’ de andere kan overheersen. In 1848, toen er in heel Europa revolutie dreigde (en er nog postkoetsen reden), maakte staatsman Johan Rudolph Thorbecke aanpassingen aan de grondwet volgens dit principe. Sindsdien is het Nederlandse staatsbestel grotendeels op deze manier ingericht. 

De Nederlandse grondwet dateerde al van daarvoor, namelijk van 29 maart 1814. Het is de op één na oudste grondwet ter wereld. Alleen de grondwet van de Verenigde Staten is ouder. De introductie van de Nederlandse grondwet vormde de eerste stap naar democratie als besturingsvorm met de daarbij behorende regels en instituties. Al gaf die allereerste versie nog heel veel macht aan de koning. 

In de loop der tijd volgden meerdere grote grondwetswijzigingen, zoals die uit 1848, waarbij de macht van de koning verschoof naar het parlement, maar ook die van 1917, toen het algemeen kiesrecht werd ingevoerd, waardoor mannen en vrouwen vanaf 25 jaar in 1919 het recht kregen om te stemmen. En in 1983 werden sociale grondrechten toegevoegd, zoals het recht op huisvesting en onderwijs. Hierdoor stelde de grondwet niet meer alleen beperkingen aan de macht van de overheid (via de ‘klassieke grondrechten’ zoals vrije meningsuiting en godsdienstvrijheid), maar kreeg de overheid ook de verplichting jegens burgers om te zorgen voor sociale gerechtigheid en voldoende mogelijkheden tot ontplooiing. Kortom: de grondwet van nu is zeker niet meer dezelfde als die van 1814, en ook niet van 1848. 

Kracht van de rechtsstaat

Anno 2026 is voor veel mensen in Nederland leven in een democratische rechtsstaat geen bijzonderheid meer, maar een gewoonte. ‘Net als een vis die niet doorheeft dat hij in water zwemt’, vat Robine de Lange-Tegelaar, president van de rechtbank in Den Haag, het samen tijdens een gesprek. Maar zij vindt het juist een kracht dat onze rechtsstaat al zo lang bestaat. ‘Onze rechtsstaat is daardoor goed ingebed in onze cultuur en van hoog niveau. Er is vanuit de maatschappij een groot vertrouwen in de rechtspraak’. Hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans, aan wie we de uitspraak van Van Reybrouck eveneens voorlegden, beaamt dat: ‘Het is zó vanzelfsprekend, dat mensen in staat zijn onze grondwettelijke waarden te noemen zonder dat ze ook maar één artikel van de Grondwet uit het hoofd kennen. Dat is de grootste triomf die je kan hebben als democratische rechtsstaat.’ 

Voermans ziet daarom weinig in de zorgen van Van Reybrouck. ‘Er komt ook al tientallen jaren water uit de kraan. En we hebben al honderden jaren dijken. Daar houd je toch ook niet mee op?’ Al is discussie ook gezond, vindt De Lange-Tegelaar. ‘Al langer gonst de vraag of de rechter niet te veel op de stoel van de politiek gaat zitten. Nou, daar mag men best over discussiëren. Als men daarnaast maar accepteert dat, als de rechter een beslissing heeft genomen, deze ook gerespecteerd en nageleefd moet worden, omdat de rechter de wet toepast.’ 

Riskante kritiek

Daarmee legt De Lange-Tegelaar haar vinger op de zere plek, want heden ten dage lijkt de acceptatie van het oordeel van rechters niet meer zo vanzelfsprekend. ‘Dat is wel een nieuwe ontwikkeling,’ vertelt ze. ‘In de jaren 70 en 80 was het vertrouwen in de rechtspraak lager dan nu. Maar de kritiek ging in die tijd vooral over de organisatie. Dat het bijvoorbeeld te lang duurde tot er een uitspraak was. Nu gaat het vaker om individuele kritiek op individuele rechters. Dat is gevaarlijk. Zeker als de kritiek vanuit vertegenwoordigers uit de andere twee staatsmachten van de trias politica komt.’ 

Ze noemt geen specifieke voorbeelden, maar die uit het collectief geheugen opdiepen is niet moeilijk. Zo hebben prominente politici meer dan eens rechters van partijdigheid beschuldigd of ongenoegen geuit over hun uitspraken. Er is zelfs beweerd dat Nederland een ‘dikastocratie’ zou zijn: een land dat geregeerd wordt door rechters. ‘Politici zijn de mensen die vooropgaan en het goede voorbeeld behoren te geven,’ aldus Voermans. ‘Als een politicus aan een talkshowtafel zegt dat er in de Raad van State te veel D66’ers zitten, en daarmee eigenlijk de afgesproken regels van de rechtsstaat in twijfel trekt, is dat zeer riskant.’ 

Alarmbellen

Maar hoe maak je dan onderscheid tussen vooruitgang en teloorgang? Oftewel: bij welke uitspraken moeten alarmbellen af gaan en welke zijn juist mogelijke versterkingen of verbeteringen? ‘Zolang men zich houdt aan de spelregels van de democratie en rechtsstaat is er eigenlijk niet zoveel aan de hand,’ vindt Voermans. ‘Wil je de Raad van State opsplitsen in tweeën? Prima, daar hoef je alleen maar de wet voor te wijzigen. Wil je een constitutioneel hof instellen? Of de Eerste en Tweede Kamer samenvoegen zoals ze in Denemarken, Noorwegen en Zweden gedaan hebben? Dat kun je gewoon bij wet regelen als je er een meerderheid voor hebt. Maar je doet het via de bestaande regels en kaders, dat is de ondergrens.’ Voor Voermans waren de noodmatregelen die tijdens de coronacrisis werden afgegeven dan ook reden tot zorg. ‘Daar gingen premier Mark Rutte en minister Hugo de Jonge hun boekje te buiten, dat mag dus niet. De rechter draaide toen de avondklok terug en ook het parlement liet weten dat het nemen van besluiten niet kon op die manier. Dus gelukkig werkt de correctie dan ook.’ 

Overigens kun je je afvragen wat we precies bedoelen, als we het in het publieke debat hebben over het versterken van de rechtsstaat, vindt Voermans. ‘Je hanteert dan een normatief kader van hoe je vindt dat een rechtsstaat zou moeten zijn. Het idee van verbeteren suggereert ook dat wat we nu doen, niet goed of zelfs kapot is. Veel ideeën zoals een constitutioneel hof zijn vooral een verandering, maar wie zegt dat het een verbetering is? Daarom heb ik er bijvoorbeeld moeite mee als de Nederlandse Orde van Advocaten gele en groene vlaggetjes uitdeelt.’ 

Voermans doelt daarmee op de beoordeling van de verkiezingsprogramma’s op rechtsstatelijkheid in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezing in 2025. Een onafhankelijke commissie voorzag, in opdracht van de NOvA, alle voorstellen van de partijen die op dat moment in de Tweede Kamer zaten van een kleur. Voorstellen die de rechtsstaat verbeteren kregen een groene vlag, ideeën die de rechtsstaat ondermijnden een rode vlag. Twijfelachtige maatregelen (‘risico voor de rechtsstaat’) kregen de kleur geel. ‘Je moet voorzichtig zijn met zo’n oordeel. Hoezo weet je als advocatenorde zo zeker wat beter is voor de rechtsstaat?’, vindt Voermans. 

Responsiviteit

Neemt niet weg dat er wel voorbeelden zijn die de rechtsstaat ‘responsief’ houden, zoals De Lange-Tegelaar het noemt. ‘Het is belangrijk om het hoge vertrouwen in de rechtsstaat dat er nu is ook zo te houden. En aangezien de samenleving verandert, moeten wij als rechterlijke macht meebewegen.’ Ze noemt als voorbeeld het fenomeen wijkrechtspraak, dat zich richt op mensen met meerdere problemen tegelijk die allemaal tot een zaak bij de rechter kunnen leiden. De wijkrechtspraak is laagdrempelig en oplossingsgericht en kijkt wat er nodig is om te voorkomen dat de betrokkene verder in de problemen komt. Daarbij wordt intensief samengewerkt met hulpverlenende instanties en andere betrokken organisaties uit de wijk of omgeving. In 2019 opende in Eindhoven de eerste wijkrechtbank haar deuren als proef, Rotterdam en Amsterdam volgden snel en inmiddels zijn er acht wijkrechtbanken actief, waar strafzaken en civiele zaken worden behandeld.  

‘Er zijn 16 zogenaamde “krachtwijken” in Nederland aangewezen. Wijken waar de inkomens laag zijn en werkloosheid, schoolverzuim en criminaliteit hoog. Daar doen we gewoon ons werk, maar in de wijk zelf, zodat het laagdrempelig en minder intimiderend is. We nemen als rechters extra de tijd, zodat mensen zich gehoord voelen en ook na uitspraak begrijpen hoe ze aan de slag kunnen en daarbij geholpen kunnen worden.’ Verder noemt ze het opschrijven van uitspraken in klare taal en het publiceren van persberichten bij uitspraken in grote zaken als significante ontwikkelingen. ‘Toelichting en duiding geven is inmiddels een hele belangrijke taak voor ons geworden. Mensen moeten begrijpen dat de rechtsstaat er is om burgers te beschermen.’ De Lange-Tegelaar ziet het dan ook als cruciaal dat kinderen van jongs af aan het belang van het systeem en de bijbehorende drie pijlers leren: ‘De rechtsstaat en rechtspraak worden door jongeren vaak als één en hetzelfde gezien waarbij ze denken aan een oude grijze man met een hamer die straffen oplegt. Het is belangrijk dat we bij de jeugd al beginnen met uitleggen wat het nou echt betekent om in een democratische rechtsstaat te leven. En dat we duidelijk maken waarom dat voor iedereen die in Nederland woont van belang is.’ 

Tesla

Het idee dat onze democratische rechtsstaat oud en aan vervanging toe is, is dus te nuanceren of zelfs te ontkrachten. ‘We hebben één van de allermooiste democratieën ter wereld,’ durft Voermans te stellen. ‘Hier moet je de minderheden meenemen en compromissen sluiten. Dat is van begin af aan zo geweest. Democratie is het project der onvrede. Mensen zijn teleurgesteld, vinden dat het anders moet. En vervolgens komen we met 80% opdagen bij verkiezingen. Die cultuur, gemengd met onze democratie en rechtsstaat, maakt dat wij een heel robuust politiek systeem hebben.’ Oftewel: voorlopig hoeft de postkoets niet ingeruild te worden voor een Tesla. Maar uitleggen hoe je de postkoets naar behoren bestuurt, hem af en toe netjes oppoetsen om weer te glanzen en de teugels goed overdragen aan een volgende generatie is daarbij wel belangrijk. 


Robine de Lange-Tegelaar

Robine de Lange-Tegelaar is sinds 1 januari 2022 werkzaam als president van de rechtbank Den Haag, daarvoor bekleedde ze negen jaar dezelfde functie bij de rechtbank Rotterdam. Als president heeft ze een aantal wisselende landelijke portefeuilles, op dit moment zijn dat wijkrechtspraak, strafrecht, vreemdelingenrecht en mediation. Ze heeft ruim 30 jaar ervaring als rechter in verschillende rechtsgebieden, de laatste jaren voornamelijk in het strafrecht en jeugdrecht. Sinds 2023 is ze lid van de raad van adviseurs van ProDemos. 

Wim Voermans

Wim Voermans is sinds 2002 hoogleraar Staats- en bestuursrecht bij de Afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Sinds 1 september 2024 is hij daar ook Universiteitshoogleraar Duurzaam Institutioneel Vertrouwen. Hij schreef verschillende boeken waaronder Het verhaal van de grondwet: Zoeken naar wij (2019), Onze constitutie: De geschreven en ongeschreven regels van het Nederlandse staatsbestel (2023) en onlangs Actieve herinnering: de normen en waarden van nog weten en vergeten (2025).

Over het ProDemos Magazine

Dit artikel verscheen in maart 2026 in het ProDemos Magazine nr. 1 – 2026. Het ProDemos Magazine laat niet alleen het werk van ProDemos zien, maar ook dat van onze partners en anderen die zich op hun manier inzetten voor een sterke democratische rechtsstaat. Tegelijkertijd is het een platform voor gesprek over wat dit inhoudt en de rol die we daarin samen spelen. Een selectie van artikelen uit de magazines publiceren we via onze online kanalen. Klik hier om meer te lezen over het ProDemos Magazine.