Huis voor democratie en rechtsstaat

De organisatie van de EU

De macht van de lidstaten

De EU moet op heel veel gebieden besluiten nemen. Er zijn twee belangrijke manieren waarop besluiten tot stand kunnen komen.

  • Er zijn besluiten die door de regeringen van de verschillende lidstaten worden genomen. We noemen dat intergouvernementele samenwerking. Intergouvernementeel betekent letterlijk tussen (‘inter’) regeringen (‘gouvernementen’). In deze gevallen ligt de macht bij de regeringen van de lidstaten; zij hebben dan de mogelijkheid om beleid tegen te houden. Besluiten worden dan alleen ‘bij unanimiteit’ aangenomen.
  • Daarnaast zijn er besluiten die op een supranationale manier worden genomen door EU-instellingen (‘supra’ betekent ‘boven’). De rol van de regeringen van de lidstaten is dan beperkt, omdat de afzonderlijke lidstaten geen besluiten in hun eentje kunnen tegenhouden.

Om al die besluiten te kunnen nemen, heeft de Europese Unie een groot aantal instellingen. De belangrijkste zullen we hier bespreken: de Europese Commissie, de Raad van Ministers, de Europese Raad, het Europees Parlement en het Hof van Justitie van de EU.

De Europese Commissie

Het dagelijks bestuur van de EU is de Europese Commissie. De Commissie bestaat uit 27 personen. Elk EU-land benoemt één commissaris voor een periode van vijf jaar. Eén van die 27 commissarissen is de voorzitter. Momenteel is dat de Duitse Ursula von der Leyen. De voorzitter houdt de grote lijnen van de EU in de gaten en zit de vergaderingen van de Commissie voor. De commissarissen treden niet namens hun eigen land op. De Commissie staat dus als het ware boven de afzonderlijke landen en kan alleen in haar geheel naar huis worden gestuurd als twee derde van de leden van het Europees Parlement dat wil.

De Commissie heeft vier belangrijke taken:

  • Ze doet wetsvoorstellen aan andere instellingen van de Europese Unie die hierover moeten beslissen. Dat zijn de Raad van Ministers en het Europees Parlement. Alleen de Commissie mag wetsvoorstellen doen. De Raad en het Parlement kunnen de Commissie hier om vragen.
  • Ze moet controleren of de regels en de verdragen van de Unie worden uitgevoerd of nageleefd. De Commissie kan lidstaten die niet aan hun verplichtingen voldoen voor het Hof van Justitie van de EU brengen.
  • Ze moet besluiten van de Raad van Ministers uitvoeren.
  • Ten slotte beheert de Commissie ook de financiën van de EU.

Bij de Europese Commissie werken zo’n 25.000 ambtenaren, inclusief vertalers en tolken. Om een vergelijking te maken: bij de Nederlandse rijksoverheid werken meer dan 100.000 ambtenaren.

Het Europees Parlement

Het Europees Parlement (EP) is de vertegenwoordiging van de inwoners van de Europese Unie. Het EP wordt rechtstreeks gekozen door alle burgers van de EU-landen die achttien jaar of ouder zijn. Het maakt niet uit in welk EU-land de kiezer woont. Iemand met de Franse nationaliteit die in Nederland woont, mag in zijn woonplaats gewoon aan de verkiezingen meedoen. De verkiezingen voor het EP vinden om de vijf jaar plaats. De eerstvolgende verkiezingen vinden in 2024 plaats. Er wordt niet in alle landen op dezelfde dag gestemd; in Nederland gebeurt dat op een donderdag, maar in de meeste landen op een zondag. Je stemt op nationale partijen, dus op partijen die voor het overgrote deel ook meedoen aan verkiezingen voor het landelijke parlement.

Het Europees Parlement telt 705 zetels. Eén van die 705 leden wordt dan gekozen tot voorzitter. De zetels zijn verdeeld over alle lidstaten, waarbij landen met veel inwoners meer zetels krijgen dan landen met weinig inwoners. Nederland heeft 29 zetels in het Parlement.

Elke maand vergadert het Europees Parlement een week lang in de Franse stad Straatsburg. Maar vrijwel al het andere werk wordt in Brussel gedaan. Daar heeft het EP trouwens ook een grote vergaderzaal.

Het EP heeft niet op alle gebieden evenveel invloed. Zo heeft het bijvoorbeeld veel te zeggen op het gebied van milieu maar weinig op het gebied van buitenlands beleid.

Het Parlement heeft drie belangrijke taken:

  • Wetten goedkeuren. De Europese Commissie doet een wetsvoorstel en legt dit voor aan de Raad van Ministers en aan het Europees Parlement. De Raad en het Parlement moeten het uiteindelijk altijd samen eens worden, anders kan er geen besluit worden genomen. Dat is dus een belangrijke beperking van de macht van het Parlement. Een andere beperking is dat het Parlement niet zelf met een wetsvoorstel mag komen: het heeft geen recht van initiatief. Twee derde van de Europese wetten wordt overigens gezamenlijk door de Raad en het Parlement aangenomen. Over een aantal belangrijke onderwerpen heeft het Parlement echter niets te zeggen, de Raad van Ministers beslist in deze gevallen zonder stemming in het Parlement.
  • Regels en instellingen controleren. Dat doet het EP op verschillende manieren. Zo kan het Parlement een commissie instellen om onderzoek te doen naar landen die zich niet aan de Europese regels hebben gehouden. Het Parlement kan ook de Europese Commissie tot aftreden dwingen, maar het kan niet de afzonderlijke leden van de Commissie naar huis sturen.
  • Begroting goedkeuren. Het Europees Parlement en de Raad van Ministers stellen de begroting van de Europese Unie vast. Ze moeten het samen eens worden. Het Parlement heeft dus invloed op de definitieve begroting van de Europese Unie.

De Raad van Ministers

De Raad van Ministers bestaat, zoals de naam al zegt, uit de ministers van alle lidstaten. Het zijn zogenoemde vakraden. Dat betekent dat de samenstelling van de Raad verandert al naar gelang het onderwerp dat aan de orde is. De ene keer komen bijvoorbeeld de ministers van landbouw bij elkaar, de andere keer de ministers van verkeer. Om de beurt is een land een half jaar lang voorzitter van de Raad. Een voorzitter kan deze positie gebruiken om bepaalde zaken aan de orde te stellen. De Raad is de belangrijkste instelling van de EU als het gaat om het nemen van besluiten. Maar de Raad bespreekt alleen voorstellen die van de Europese Commissie komen.

De manier waarop de Raad over zaken beslist is ingewikkeld. Er kan alleen een besluit worden genomen door de Raad als 55 procent van de lidstaten (= minimaal 15) voor is en als die lidstaten tezamen ook nog eens 65 procent van het totaal aantal inwoners van de EU tellen. Maar als het om heel gevoelige zaken gaat moeten alle lidstaten met een voorstel akkoord gaan. Dat betekent dat elk land dan vetorecht heeft en een besluit kan tegenhouden.

De Raad heeft drie belangrijke taken:

  • De Raad neemt bijna alle besluiten over Europese wetten en regels. In de meeste gevallen doet de Raad dit samen met het Europees Parlement.
  • In de Raad wordt het beleid van de verschillende lidstaten op elkaar afgestemd, bijvoorbeeld als het gaat om zaken waar de lidstaten nog grotendeels zelf over beslissen of zaken waarin de lidstaten een zekere vrijheid hebben in de uitvoering van Europese wetten.
  • De Raad draagt de Commissie op om besluiten uit te voeren.

De Europese Raad

De Europese Raad, niet te verwarren met de Raad van Ministers, bepaalt wat de belangrijkste doelen van de EU zijn. De Raad bestaat uit de regeringsleiders van de lidstaten en komt ongeveer vier keer per jaar bij elkaar, samen met hun ministers van buitenlandse zaken. Deze bijeenkomst heet de Europese Raad, maar wordt ook wel Eurotop genoemd.

De Europese Raad neemt de belangrijkste beslissingen en behandelt de grote lijnen van de politieke samenwerking binnen de Unie. Hierdoor is de Europese Raad een van de machtigste EU-instellingen. De Europese Raad kan alleen iets beslissen als alle regeringsleiders het met elkaar eens zijn. Maar de regeringsleiders nemen geen wetten aan, want dat is een zaak van de Raad van Ministers. De Europese Raad heeft een vaste voorzitter. Dat is de Belg Charles Michel.

Het Hof van Justitie van de EU

De Europese Unie doet ook aan rechtspraak. De instelling die dat doet is het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het Hof bestaat uit één rechter per lidstaat. De rechters kiezen uit hun midden een president (voorzitter). Het Hof komt niet vaak in zijn geheel bijeen. De meeste zaken worden in kleine groepjes behandeld. Het Hof heeft zijn werkplek in Luxemburg.

Het Hof van Justitie heeft drie taken:

  • Het oordeelt of lidstaten de Europese wetgeving correct hebben uitgevoerd.
  • Het ondersteunt rechters in de lidstaten bij de uitleg van het ingewikkelde Europese recht.
  • Het behandelt klachten tegen Europese beslissingen.

Andere instanties

Naast de Raad van Ministers, de Europese Commissie, het Europees Parlement en het Hof van Justitie zijn er nog veel meer Europese instanties. Hieronder noemen we er nog vier.

Het Economisch en Sociaal Comité

Voordat een voorstel van de Commissie door de Raad wordt aangenomen, adviseert in veel gevallen niet alleen het Parlement maar ook het Economisch en Sociaal Comité. De leden van dit adviesorgaan vertegenwoordigen werkgevers- en werknemersorganisaties en andere belangengroepen als landbouw- en consumentenorganisaties.

Het Comité van de Regio’s

Evenals het Economisch en Sociaal Comité heeft het Comité van de Regio’s een adviserende taak. Het Comité bestaat uit vertegenwoordigers van de regionale en plaatselijke autoriteiten van de lidstaten. Raadpleging ervan door de Raad of de Commissie is verplicht wanneer het gaat om onderwijs, culturele stimuleringsmaatregelen, volksgezondheid, de verhouding in de economische ontwikkeling van rijke en arme lidstaten, fundamentele regels van alle structuurfondsen en de uitvoeringsbepalingen van het regionaal fonds.

De Europese Centrale Bank

De Europese Centrale Bank is gevestigd in Frankfurt (Duitsland) en is in 1998 opgericht ten behoeve van de invoering en het beheer van de euro. De bank is tevens verantwoordelijk voor het economische en monetaire beleid van de Europese Unie. De Europese Centrale Bank is volledig onafhankelijk. Dit betekent dat zij geen opdrachten kan ontvangen van de regeringen van de lidstaten van de EU.

De Europese Investeringsbank

De bank heeft als belangrijkste taak via het verstrekken van leningen en garanties investeringen mogelijk te maken die leiden tot een evenwichtige economische groei in de EU. Vooral de economisch achtergebleven gebieden moeten worden gestimuleerd, net als een Europees netwerk op het terrein van vervoer en telecommunicatie.