Verslagen Docentendag 2026

Op vrijdag 27 maart vond de 44ste editie van de Docentendag Maatschappijleer plaats. In totaal namen circa 440 docenten deel aan verschillende workshops, lezingen en excursies. Enkele van onze medewerkers waren hierbij aanwezig en hebben een kort verslag geschreven. Deze kun je hieronder lezen.

Voorafgaand aan de Docentendag vond de Docentenavond op donderdag 26 maart plaats in museum Museon-Omniversum waar zo’n 100 docenten aanwezig waren.

We kijken terug op twee zeer geslaagde evenementen en willen alle deelnemers, standhouders en sprekers bedanken voor hun komst. Tot de volgende editie!

Hoofdlezing David van Reybrouck

David van Reybrouck, cultuurhistoricus, schrijver en Denker der Nederlanden, verzorgde de hoofdlezing van de Docentendag Maatschappijleer 2026. Van Reybrouck pleit dat ons democratische systeem aan vernieuwing toe is. Immers: wat is ons antwoord op een wereld waarin het aantal democratische landen daalt? En wat zegt de wereld van vandaag over de taak van de docent Maatschappijleer en Burgerschap? 

Van Reybrouck noemt de daling in het aantal democratische landen een democratische breakdown. Voor verklaringen wijst men vaak naar de groeiende populariteit van individuen of dat een democratie zich in een proces van natuurlijke cycli verkeert waarbij democratische en autocratische fases elkaar opvolgen. Van Reybrouck vindt deze verklaringen echter onvoldoende. Hij beargumenteert dat de voedingsbodem voor deze breakdown in de historische gebeurtenissen van de afgelopen eeuw te vinden is. Deze gebeurtenissen hebben gezorgd voor het ontstaan van een grote groep woedende burgers, die steeds meer het vertrouwen in de overheid zijn verloren. Toch is democratie geen staatsvorm die we willen verliezen. Maar Van Reybrouck stelt dat we de huidige vorm waarin we de democratie hebben gegoten niet heilig moeten stellen. We moeten de democratie innoveren, zodat het sterker en weerbaarder wordt. 

In het tweede deel van de lezing richt Van Reybrouck zich op deze innovatie. Want waar moet die vandaan komen? Allereerst onderscheidt hij drie soorten democratieën. De eerst is de representatieve democratie, die wij kennen als een democratie met (vaak) een parlement en verkiezingen. Directe democratie, vaak gekenmerkt door referenda, is de tweede. En deliberatieve democratie, die zich vooral focust op participatie van de burgers door bijvoorbeeld burgerberaden, vormt de derde. Van Reybrouck stelt dat we moeten streven naar een democratie waarin alle drie de vormen sterk naar voren komen. Door ons niet blind te staren op de vorm van democratie die we momenteel hebben, maar er elementen als referenda en burgerberaden aan toe te voegen, verwacht Van Reybrouck dat burgers meer betrokken raken waardoor de democratie sterker wordt.    

Als afsluiting richt Van Reybrouck zich op de aanwezige docenten: wat kunnen zij doen om te zorgen dat hun leerlingen en studenten meehelpen de democratie sterker maken? Hij benoemt dat de jonge generatie ervoor kan zorgen dat onze democratie blijft bestaan. Als docent is het daarvoor belangrijk om je niet blind te staren op de procedures, maar ook andere vormen van democratie te betrekken en bespreken. 

Lezingen

De radicaal- en extreemrechtse beweging in Nederland

Prof. dr. Nikki Sterkenburg  

Verslag volgt binnenkort.

Ode aan verbinding

Amin Asad 

“Meneer, bedankt voor het geloof in mij.” Met die woorden van een student raakt Amin Asad direct de kern van zijn verhaal. Waarom ben je docent? Het antwoord geeft hij niet letterlijk, maar het klinkt door in alles wat hij laat zien en vertelt. 

Zijn eerste slides staan vol met quotes van studenten: “Kijk meneer, ik ben nu echt advocaat” en “Bedankt dat u naar me hebt geluisterd.” Het zijn kleine zinnen met grote betekenis. Voor Asad draait onderwijs in de eerste plaats om verbinding. De eerste drie lessen van het jaar gooit hij daarom symbolisch de leerdoelen in de prullenbak. Eerst contact, dan pas inhoud. Zo creëert hij een veilige sfeer waarin studenten zich gezien voelen. 

Die verbinding begint bij hemzelf. Kwetsbaarheid is daarbij essentieel: geef stukjes van jezelf om iets van de ander te kunnen ontvangen. Zijn formule is helder: ken jezelf + ken de ander = verbinding. Weten wie je bent, waar je vandaan komt en wat je drijft, vormt de basis om echt contact te maken. 

Zo vertelt hij over zijn achtergrond, over hoe zijn ouders moesten vluchten uit Irak, Iran en Syrië, en over hoe hij zelf werd onderschat en gediscrimineerd. Ook deelt hij hoe hij vastliep in werk dat hem niet gelukkig maakte, totdat hij zijn plek vond in het onderwijs. 

Daar ligt volgens hem de essentie: onderwijs begint niet bij de materie, maar bij de student. Als je studenten echt ziet, volgt de rest vanzelf. 

Informatiesessie: Asiel en migratie vanuit het perspectief van de IND

Lesley Pol en Kevin Stolwijk (Immigratie- en Naturalisatiedienst) 

‘Lange wachttijden’, ‘Immigranten aannemen en meteen een huis geven’, twee dingen waar volgens docenten de meeste Nederlanders bij de IND aan denken. Lesley Pol en Kevin Stolwijk lieten tijdens hun presentatie zien hoe de asielketen in elkaar zit en wat de rol van de IND daarin is. “Vaak zijn mensen ontzettend boos op de IND of denken ze dat iedereen wordt toegelaten, een huis krijgt en wij uit de neus zitten te eten”, vertelt Pol. 

Stolwijk is jurist en werd op zijn 19e bij Vluchtelingenwerk vrijwilliger. Zijn verantwoordelijkheidsgevoel heeft hem bij de IND gebracht. Pol kreeg als Amerikaanse zelf al vroeg met de IND te maken en na haar studie International Business kwam ze met wat omwegen er uiteindelijk te werken. Beiden werken nu bij Justitieel Complex Schiphol als hoor- en beslismedewerkers en voorlichters bij de afdeling Asiel. Op Schiphol bevindt zich de vreemdelingendetentie en er komen overlastgevende asielzoekers terecht. Pol en Stolwijk beantwoorden dus de vraag of een asielzoeker in Nederland mag blijven, meestal voor de mensen die per vliegtuig arriveren. 

Op de vraag of er een asielcrisis is, antwoordden beide resoluut: “Nee, volgens ons is er geen reden om dat te zeggen”. Slechts 13% van alle aanvragen bij de IND blijken asielaanvragen zijn. Wel duren ze meestal langer dan 15 maanden. Verder was het indrukwekkend om te horen hoe IND’ers doorvragen om erachter te komen of bijvoorbeeld een Oegandese man wel echt homoseksueel is en daarom groot gevaar loopt. Of hoe een Iraniër in Nederland met een bedrijfje vluchtverhalen verkocht en nu uit Nederland gevlucht is. 

Vooral de statistieken en de vraag wat er met criminele asielzoekers gebeurt was voor veel docenten belangrijk, niet zelden om zeer kritische leerlingen feiten te kunnen teruggeven. 

Onderwijs als drager van democratische cultuur

Mr. dr. Tamar de Waal 

De presentatie van Tamar de Waal begon in de mineur met het bespreken van de recent gepubliceerde V-Dem resultaten. Inmiddels woont maar 7% van de wereldbevolking in een rechtstatelijke democratie en wordt de rest van de burgers bestuurd door autocratisch georiënteerde regimes. Nederland is daarmee één van de schaarser wordende landen waarin burgers wel rechten en vrijheden kennen. Maar ook in Nederland wordt er gemorreld aan de democratische rechtsstaat. Tamar de Waal wijst hiervoor als voornaamste oorzaak naar het gebrek aan rechtstatelijke cultuur. Zo wordt er te weinig gesproken over grondrechten en wat deze voor onze maatschappij betekenen. Ze presenteerde vier bouwstenen voor het integreren van de democratische rechtsstaat in de Nederlandse maatschappij:  

  • Men moet erkennen dat er sprake is van achterstallig onderhoud.  
  • Het is inherent aan de democratische rechtstaat dat het systeem ter discussie gesteld mag worden, maar de onderliggende moraliteit verdient wel steun.  
  • Rechtspopulisme heeft een eigen gedachtegoed dat aantrekkingskracht uitoefent.  
  • Men moet het verhaal van de rechtstaat gaan vertellen. Er moet over gebracht worden dat de rechtsstaat belangrijk is en dat het aan alle burgers is om dit in stand te houden.  

Het is echter niet alleen aan scholen om deze bouwstenen te leggen. Moeten we al die burgers zomaar opgeven zodra ze niet meer leerplichtig zijn? Nee, de conclusie van Tamar de Waal is dat de democratische rechtstaat net zo goed ondersteund moet worden door politiek leiderschap, het bedrijfsleven, de digitale wereld, de media, et cetera. Het onderwijs biedt een unieke kans voor burgerschapsonderwijs, maar kan dit niet alleen. 

De mooiweerrechtsstaat

Prof. Dr. Mr. Jonathan Soeharno 

Tijdens deze lezing besprak Jonathan Soeharno het concept van de “mooiweerrechtsstaat”: een rechtsstaat die op papier onafhankelijk is, maar in de praktijk beïnvloed kan worden door politieke en bestuurlijke krachten. Hij stelde dat de scheiding der machten wel wettelijk is vastgelegd, maar dat de rechtspraak in Nederland via organisatie en financiering deels afhankelijk blijft van de politiek. 

Een centraal punt in zijn betoog was de rol van de president van de rechtbank in verhouding tot de Raad voor de Rechtspraak, vooral sinds de hervormingen van 2002. Door deze structuur heeft de president een dubbele positie, wat kan leiden tot spanningen of belangenconflicten bij beslissingen over bijvoorbeeld benoemingen, ontslag of disciplinaire maatregelen. De gedragscode uit 2020, die het management meer bevoegdheden geeft, versterkt volgens Soeharno deze spanning en roept vragen op over de feitelijke onafhankelijkheid van rechters. 

Daarnaast waarschuwde hij voor ontwikkelingen in landen als Hongarije en Polen, waar tuchtprocedures worden ingezet om rechters onder druk te zetten. Hoewel Nederland niet vergelijkbaar is, ziet hij wel risico’s, met name rond politieke invloed op financiering. Soeharno pleit daarom voor meer transparantie en een onafhankelijker financieringsmodel om de rechtsstaat te beschermen. 

Nieuwsmijding en geïnformeerd burgerschap in tijden van informatie-overvloed

Dr. Kiki de Bruin 

Is nieuwsmijden eigenlijk een probleem? Tijdens haar onderzoek kwam dr. Kiki de Bruin erachter dat mensen die tijdens corona het nieuws begonnen te mijden, zich later beter voelden en zich méér maatschappelijk betrokken tonen en dingen in de samenleving gingen doen. Tijdens haar lezing nam zij ons mee door haar proefschrift en onderzoek. Ze gaf de deelnemers een veel genuanceerder beeld van nieuwsmijden en de redenen daarvoor. 

De laatste jaren is de hoeveelheid nieuwsmijders gestegen, tot 60% van de Nederlanders die soms of vaak het nieuws mijden. De Bruin onderscheidt drie groepen nieuwsmijders: 

  • Kritische nieuwsmijders: sceptici die het nieuws niet meer vertrouwen of geloven. Deze groep is luidruchtig, maar vormt maar 13% van alle nieuwsmijders.  
  • Selectieve nieuwsmijders (30%): mensen die vanwege de overload aan nieuws, bewuste keuzes maken en dus deels het nieuws mijden.  
  • De grootste groep is die van de ‘nieuwsbuitenstaanders’: mensen die zich niet herkend voelen door het nieuws of aangeven dat het ‘niet voor hen is’. Dat gevoel klopt ook nog. Journalisten blijken totaal andere onderwerpen belangrijk te vinden dan nieuwsconsumenten.  

Ondanks nieuwsmijden, krijgen mensen vaak verbazingwekkend veel mee. Kiki’s gehele nieuwsmijdende onderzoeksgroep bleek het nieuws van bijvoorbeeld 7 oktober te hebben meegekregen, maar wel allemaal uit verschillende hoeken. Een docent meldde juist geschrokken dat in zijn HAVO4 klas van 27 leerlingen er 19 waren die nog nooit van de Epstein-files gehoord hadden… 

Jongeren raken snel door nieuws overweldigd en kunnen met sociale media zelf kiezen. Toch willen jongeren graag bijblijven om mee te kunnen praten en doen. Uitdagingen zijn er wel degelijk. We zien dat mensen de waarde van journalistiek lager beoordelen, vooral onder jongeren is er een kloof. Daardoor verdwijnt het gemeenschappelijk referentiekader van de samenleving. Big-tech, influencers, bubbels en fake news zijn ook een uitdaging. Aan docenten om daar met je schoolklassen een weg in te vinden! 

Workshops

Handvatten voor debatteren: Direct inzetbaar in de les

DebatUnie 

Klik hier om de presentatie te downloaden

Wie van de deelnemers heeft het beste voorwerp bedacht om een aanval van zombies te overleven? Wordt het een honkbalknuppel, een sinaasappel of toch de roze opblaasbare flamingo? Met deze discussie als opwarmer kwamen we gelijk tot de kern van de workshop debatteren in de klas die werd gegeven door Daan Spackler van de DebatUnie. Natuurlijk is een debat in principe gewoon een discussie met regels, maar het moet vooral een leuke activiteit zijn waaraan elke leerling wil meedoen. Hoe kun je dit dan als docent realiseren? 

Spackler legde uit dat leren debatteren in meerdere stappen gebeurt, idealiter verdeeld over meerdere schooljaren. Juist deze ‘simpelere’ stappen stonden centraal in deze workshop. Zo is het gepresenteerde spel over zombies een goede manier om te oefenen met creatief denken en jezelf presenteren, zonder dat het gelijk persoonlijk wordt of veel kennis vereist. Spreekangst ontstaat namelijk vooral als iemand gelijk hele lange en serieuze presentaties moet geven. 

Een volgende stap wordt dan het zaaldebat. Maar hoe zorg je ervoor dat ook de stille leerlingen hieraan meedoen? Een oplossing is om de klas te loten in twee teams en om elke leerling te laten staan. Om de beurt vertel één leerling een argument waarna deze moet gaan zitten, daarna moet een staande leerling van de tegenpartij hierop reageren. Zo ga je net zo lang door totdat iedereen zit en dus is geweest. Een leerling die het lastig vindt mag gewoon het argument herhalen welke hij het sterkste vond, terwijl je als docent een leerling die het makkelijk afgaat kan uitdagen door extra vragen te stellen. 

In weer een later stadium kun je meer verdieping toevoegen door de stellingen inhoudelijker te maken of door een aantal leerlingen de jury te laten spelen. Dit hoeft niet allemaal binnen de lessen maatschappijleer te gebeuren, maar kan met elk vak. En zo krijg je uiteindelijk, net zoals in deze workshop, een heel leuk én sterk debat. 

Dilemma’s en rechtvaardigheid

Koen Hoondert (Universiteit Utrecht) 

Wat was de laatste keer dat jij boos was? En kun je dat verbinden met een onderliggend gevoel van onrecht? Met deze vragen begon de workshop van Koen Hoondert over Dilemma’s en Rechtvaardigheid. In de nieuwe (concept) exameneisen van Maatschappijleer wordt verwacht dat leerlingen zelf onrechtvaardige situaties kunnen herkennen en daar actief mee aan de slag gaan. Deze eisen vormen een dilemma, namelijk in hoeverre docenten het onderwerp moeten sturen of dat leerlingen dit moeten sturen.  

Er werd gefilosofeerd over het dilemma of leerlingen zich moeten invoegen binnen de huidige maatschappij of dat zij moeten vormgeven hoe een toekomstige maatschappij eruitziet. Moeten leerlingen bijvoorbeeld vrij krijgen om naar de klimaatmars te gaan of moeten leerlingen staan voor hun principes en de consequenties van spijbelen accepteren? De ervaring leert dat met name de meer theoretisch opgeleide leerlingen opkomen voor hun belangen. Die ongelijkheid vertaalt zich later ook door naar politiek participatie, waarin praktisch geschoolde burgers achterblijven. 

Tijdens de workshop werden twee lesformats gepresenteerd als ideeën om die ongelijkheid tegen te gaan. Zo konden leerlingen geënthousiasmeerd worden voor politieke vertegenwoordiging door in hun eigen leefwereld te beginnen met het verbeteren van hun school. Daarnaast werd een experiment besproken waarin werd gewerkt aan het verbeteren van zelfvertrouwen en daarmee ook politieke assertiviteit van meiden. Als afsluiter konden deelnemers zelf aan de slag met het bedenken van een lessenserie rondom het thema rechtvaardigheid. 

Burgerschapsspel Gelijkheid – Andere start, gelijke finish?

Devnet Land en Tom Dijkslag (Thorbecke Scholengemeenschap Zwolle) 

“Wie houdt er van spelletjes?”, vraagt Tom Dijkslag aan de deelnemers. Bijna alle vingers schieten omhoog. Een spel maken om bewustwording te creëren, dat is wat Devnet Land en Tom Dijkslag op de Thorbecke Scholengemeenschap in Zwolle hebben gedaan. Ze wilden de leerlingen bewuster maken van de verschillende factoren die invloed hebben op de kansen die mensen krijgen in de maatschappij. 

In het spel, dat we tijdens de workshop uiteraard spelen, krijgt iedereen een eigen fictief personage. De personages zijn allemaal middelbare scholieren, maar met verschillen in schoolniveau, afkomst, inkomen van de ouders, mate van gezondheid, etc. De personages die vanuit hun thuissituatie al veel kansen hebben gekregen, beginnen met een voorsprong op het speelbord ten opzichte van de anderen. Maar uiteraard kan er nog veel gebeuren. Eén voor één dobbelen we en mogen we, afhankelijk van het vakje waar we op landen, ‘kans’-kaarten of ‘onkans’-kaarten trekken. Die mogen we aan elkaar uitdelen op basis van wat we realistisch vinden. Wie heeft de grootste kans om extra huiswerkbegeleiding te krijgen en daardoor over te gaan (kans: ga 2 vakjes vooruit) en wie voelt zich gekwetst door discriminerende opmerkingen op school (onkans: ga 2 vakjes achteruit)? Maar we mogen elkaar soms ook iets gunnen. We kunnen er namelijk voor kiezen om tegen het ‘realisme’ ingaan en iemand iets extra’s te geven omdat we de kansengelijkheid willen bevorderen.  

Het spel wordt vooral gebruikt als een gespreksstarter, want het brengt natuurlijk veel dilemma’s en vragen teweeg. Veel docenten zien mogelijkheden om dit spel te gebruiken op school. De vraag is dus ook: waar is dit te vinden? Land en Dijkslag vertellen dat ze eraan werken om dit spel ook voor scholen buiten de Thorbecke Scholengemeenschap beschikbaar te maken. Dus voor geïnteresseerden: houd het in de gaten! 

Dekoloniseren: hoe doe je dat?

Landelijk Steunpunt Gastsprekers 

Bij deze workshop werden docenten uitgedaagd om na te denken over ons koloniaal verleden, voornamelijk van de vergeten geschiedenis in de nasleep van de onafhankelijkheid van Nederlands-Indië, dat vandaag de dag nog impact heeft. Docenten gingen in gesprek met twee ‘levende bronnen’ en werden uitgedaagd om na te denken hoe je deze levende bronnen in zou kunnen zetten bij je lessen.  

Hoe was het bijvoorbeeld om stateloos op te groeien? Wat was de impact en hoe heeft het nog steeds impact voor de mensen die hiermee leven? Hoe is het eigenlijk om erachter te komen dat, boven op deze problemen, je biologische vader een Japanner is, ‘eentje van de vijand’? Na de antwoorden gehoord te hebben op deze vragen, werd er gereflecteerd en werden er tips gedeeld vanuit het Landelijk Steunpunt Gastsprekers.  

Kortom, een hele indrukwekkende en activerende workshop omtrent een donkere bladzijde uit onze geschiedenis. Eentje die voor veel mensen verder weg lijkt te zijn dan dat deze is. 

Polarisatie en nepnieuws ontleden met Media Logica

Dr. Mariken van der Velden en dr. Ellen Droog (Vrije Universiteit Amsterdam) 

Mariken van der Velden en Ellen Droog begonnen hun lezing door specifieke definities uit te leggen die terug zouden komen in de lezing zoals maatschappelijke onrust, polarisatie en escalatie.  

Daarna doken ze dieper in het verschil tussen desinformatie en misinformatie. Dit ligt voornamelijk aan de intentie achter het verspreiden van de informatie. Hierbij werd ook de rol van sociale media benadrukt. Van der Velden en Droog vertelden dat jongeren en volwassenen vaak het idee hebben dat ze goed zijn in het herkennen van misinformatie, maar dat dat niet waar blijkt te zijn. De docenten werden ook op de proef gesteld. Er werden verschillende nieuwskopjes getoond op het scherm en de deelnemers moesten aangeven of ze dachten of het echt was of niet.  

De conclusie van de lezing was dat het leren vermijden van misinformatie het beste gaat als het vertrouwen in betrouwbare informatie en nieuwswijsheid wordt vergroot en mensen leren wat nieuws eigenlijk betekent. 

Begrenzen & uitnodigen

Anna Salden en Jennifer Coevert (Bureau Common Ground) 

“Ik vind dat het verboden moet worden voor twee homo’s om op straat te zoenen.” Een heftige uitspraak. Nodig daarna een leerling maar eens uit om constructief in gesprek te gaan. In de workshop Begrenzen & Uitnodigen van Bureau Common Ground namen workshopleiders Jennifer Coevert en Anna Salden een groep docenten mee in de wereld van gesprekstechnieken. Hoe blijf in je verbinding met je leerlingen, ook wanneer zij schurende, ongenuanceerde of extreme uitspraken doen?  

Eerst werd door middel van een stoplichtsysteem aangeleerd hoe je situaties kunt inschatten. Zo geeft een rode licht aan dat een onderwerp veel spanning in de klas geeft en worden er grensoverschrijdende, kwetsende en haatdragende opmerkingen gemaakt of gedrag vertoond die het gevoel van veiligheid in de groep in gevaar kunnen brengen. 

Begrenzen kan je grofweg vanuit drie niveaus doen legden Coevert en Salden uit: vanuit de wet, vanuit de school(regels) en vanuit jezelf. Iedere vorm brengt voor- en nadelen met zich mee. Wanneer iets je persoonlijk raakt is het fijn om je te kunnen ‘verschuilen’ achter de school. Gelijktijdig nodigt het leerlingen uit om de grenzen van collega’s op te zoeken, om te toetsen of de schoolregels inderdaad overal op dezelfde manier gehandhaafd worden. 

Ook leerden de docenten over de twee vormen van begrenzen: bestraffend of beschermend. Het laat zich wel raden dat de beschermende vorm de voorkeur heeft, al zullen we aan bestraffen ook echt niet ontkomen. Door meer beschermend te begrenzen (grenzen stellen op basis van gedeelde waarden en behoeftes) leer je leerlingen op welke waarden afspraken gebaseerd zijn en is het makkelijker om ze daarna uit te nodigen in gesprek te gaan. Daarmee erken je het gevoel van de leerling, werk je aan je relatie met de leerling en stimuleer je het ontwikkelen van burgerschapscompetenties. 

Het nieuwe maatschappijleer in de praktijk

Luuk Kampman (SLO) 

De workshop “Het nieuwe maatschappijleer in de praktijk” werd verzorgd door Luuk Kampman. Hij werkt bij het landelijk expertisecentrum SLO en is één van degenen die de nieuwe concept examenprogramma’s van maatschappijleer heeft ontwikkeld. Deze concept examenprogramma’s worden nu op een aantal scholen uitgeprobeerd. Het gaat dan zowel om het VMBO, als de HAVO en het VWO. 

Deelnemers konden vragen stellen over de nieuwe inhoudelijke ontwikkelingen en met elkaar in gesprek gaan over hun ervaringen en verwachtingen. 160.000 leerlingen krijgen jaarlijks maatschappijleer. Het vernieuwde vak maatschappijleer wordt vanaf september 2028 ingevoerd. 

‘De manosphere’ en ‘tradwives’: Hoe gendernormen jouw leerlingen beïnvloeden en wat je daaraan kunt doen

Alliantie Worden Wie Je Bent 

Verslag volgt binnenkort.

Vertelkunst van Live Your Story – OPEN

Live Your Story 

‘Live Your Story’ presenteerde hun nieuwste voorstelling ‘Open’. De voorstelling gaat over empathie en omgaan met de ander. Tijdens de interactieve voorstelling worden leerlingen en studenten (of tijdens de Docentendag de docenten) uitgenodigd om zelf oplossingen aan te dragen voor de vier personages in de voorstelling. 

De acteurs lopen tijdens de voorstelling door de zaal en leggen de situatie stil wanneer ze bij een dilemma komen waarop de deelnemers worden uitgenodigd om na te denken over hoe het beste te reageren waarna de acteurs dit uitvoerden. Thema’s zoals mobielgebruik, gender en seksualiteit, prestatiedruk en generationele verschillen komen allemaal aan bod.  

Na de korte voorstelling biedt ‘Live Your Story’ voor de deelnemers een nabespreking om te reflecteren op het onderwerp empathie. De voorstellingen van ‘Live Your Story’ zijn beschikbaar voor middelbare scholen, mbo’s en volwassenen. 

Join the Dark Side – maak leerlingen weerbaar tegen ronseling met serious game

Mila Bammens (TerInfo) 

Klik hier om de presentatie te downloaden

Overheidsinstanties waarschuwen voor extremistische ronselaars die jongeren online manipuleren. Hoe maak je leerlingen hier weerbaar tegen? Deze vraag stond centraal in de workshop van Mila Bammens over het behandelen van radicalisering in én met de klas. TerInfo heeft hiervoor namelijk gratis lesmateriaal gemaakt met als hoogtepunt de game ‘Join the Dark Side’. Nadat we met elkaar hadden nagedacht over wat radicalisering exact inhoudt gingen we dan ook strijden voor de highscore. 

In het begin heerste wel wat ongemak. Is het niet heel immoreel om onschuldige (fictieve) mensen te overtuigen om voor het slechte pad te kiezen? Gelukkig kon Bammens ons geruststellen: uit onderzoek blijkt namelijk dat deze ‘serious’ game juist preventief werkt. Jongeren kunnen immers (online) te maken krijgen met radicalisering en zelfs ronselaars, dan kunnen we ze maar beter leren zichzelf te beschermen. Ook de jongeren blijken vaak heel enthousiast; het is eindelijk eens iets anders dan zo’n standaard presentatie. Al is een enkeling in het begin even teleurgesteld dat het spel uit tekst, afbeeldingen en dilemma’s bestaat, en niet uit wapens en schietbanen… 

Deelnemers ervaren verschillende fases van radicalisering: detecteren, vertrouwen winnen, isoleren en omzetten tot actiebereidheid. Welke factoren leiden bijvoorbeeld tot een grotere gevoeligheid tot radicalisering? En hoe kan een kwaadwillende iemands vertrouwen winnen? Al deze aspecten komen terug in het spel. Natuurlijk is klassikale reflectie heel belangrijk. Hier wordt in het lesprogramma dan ook veel tijd voor uitgetrokken. Wat heb je gedaan en hoe voelde dit? Hoe kan je zo’n situatie zelf herkennen? 

Aan de bak met de nieuwe kwalificatie-eisen Burgerschap!

Ingrid Faas (Hogeschool van Amsterdam) 

Nadat Ingrid Faas zich heeft voorgesteld, vraagt ze of er knelpunten zijn, elementen die ze mee moet nemen in haar verhaal. Vingers schieten de lucht in. Oh ja, we zitten tussen docenten Burgerschap. 

Faas heeft achter de schermen meegewerkt aan de nieuwe kwalificatie-eisen voor het vak Burgerschap aan het MBO. Die zijn nogal eens abstract, en daarom is zij hier: Faas komt de doelstellingen in gewonemensentaal verwoorden, en doet dat met een plezierig relativeringsvermogen die geruststellend werkt. 

Uiteindelijk, zegt Faas, draait het bij burgerschapsonderwijs om de volgende vraag: ‘Wie wil en kan ik zijn als burger in de samenleving?’ Om een student dit te laten beantwoorden, zijn er verschillende doelen opgesteld die uit drie belangrijke elementen bestaan: kennis, uiteraard, maar ook ervaring, wat samen uiteindelijk moet leiden tot een standpunt. Daarbij moeten studenten zich ook bewust zijn van hun handelingsmogelijkheden: de standpunten moeten in de praktijk gebracht kunnen worden. 

Faas geeft ons een kijkje in de keuken – waardoor ze de kwalificatie-eisen inzichtelijk en tastbaar maakt – en zet ons aan het werk: bij een opdracht voor studenten over kledingvoorschriften van een vliegtuigmaatschappij moeten we doelzinnen formuleren. Wat willen we dat studenten uiteindelijk leren van deze opdracht? En hoe verhouden die doelen zich tot de nieuwe kwalificatie-eisen? 

De opdracht bleek lastiger dan gedacht, met name door het grote abstractieniveau van de eisen, en niemand vindt het écht leuk om leerdoelen te maken; lesvormen zijn bijvoorbeeld veel interessanter. Toch erkent iedereen dat ze wel belangrijk zijn: ze geven docenten houvast, en dus moeten de deelnemers ze wel formuleren. En voor degenen die het echt niet zien zitten, heeft Faas nog een tip: gebruik ChatGPT om een eerste opzet te maken, en ga er daarna zelf verder mee aan de slag.  

Serious game ‘Nederland Migratieland’

Paul Driest 

Bij deze workshop werden deelnemers meegenomen in de politieke keuzes die gemaakt moeten worden bij migratie. Maar dan een tikkeltje anders dan waar je meteen aan denkt. Migratie is natuurlijk breder dan alleen asiel, dus we zijn begonnen om maar eens een raamwerk te bouwen waarin we konden werken. Uit welke groepen bestaat migratie nou eigenlijk? En willen we voor alle groepen dezelfde barrières opwerpen?  

In groepjes werd hierover nagedacht. De groepjes konden per type migrant goed nadenken over lastige dilemma’s. Welk model voor asiel werkt nou beter? Die van België, waarbij statushouders eerst een huis en een baan moeten hebben voordat er na-reizigers mogen komen, of vinden we dat we dat kwetsbare groepen, vaak vrouwen en kinderen, zo snel mogelijk deze kant op mogen komen?  

En wat doen we met kennismigranten? Is het nodig dat ASML zoveel ‘expats’ naar Nederland haalt? En wat moeten we met dat belastingvoordeel dat expats krijgen? Wat is eigenlijk het verschil tussen arbeidsmigranten en kennismigranten? Willen we wel zoveel arbeidsmigranten hebben, en zo niet, wat doen we dan met de luxes als volle supermarkten en ‘next-day-delivery’? 

En hoeveel vluchtelingen hebben we nou echt, en welke status krijgen deze mensen? Wat doen we dan met mensen uit een land met veilige gebieden binnen dat land? 

Veel lastige vragen dus, waar niet altijd antwoord op kwam. Toch moesten we daar keuzes in maken en letterlijk hekken plaatsen bij groepen die wel of niet nog mochten instromen. Hierdoor kregen deelnemers een goed inkijkje in de lastige keuzes die gemaakt worden om migratie te stroomlijnen. 

Mag dat? Doe mee met een rechtszaak

Ida Schuurman (Uitgeverij Eenvoudig Communiceren) 

Uitgeverij Eenvoudig Communiceren maakt een krant gericht aan het praktijkonderwijs waarin verschillende onderwerpen aanbod komen zoals het nieuws, gezondheid, natuur en ook artikelen toegewijd aan burgerschapsvorming. Hierbij worden onderwerpen besproken die de leerlingen meemaken waarbij wetten worden benoemd en uitgelegd. 

De deelnemers van de workshop kregen eerst de tijd om de krant te verkennen. Vervolgens kregen ze uitleg over een rubriek in de krant genaamd ‘Mag dat?’. Deze rubriek gaat over aansprekende rechtszaken die echt gebeurd zijn. De deelnemers lazen het eerste stukje van de tekst met de kop: “Een NS-medewerker uitschelden voor homo”. Na het lezen van het eerste deel van de tekst, speelden de docenten de rechtszaak in het artikel na. Ze werden verdeeld in drie groepjes: rechters, advocaten en het Openbaar Ministerie. Ze bedachten vragen en argumenten en uiteindelijk spraken de rechters een oordeel uit. Hierna mochten de deelnemers de rest van de tekst lezen waarin stond hoe het in het echt afgelopen was met de rechtszaak. 

Schuurman vroeg na afloop of de deelnemers deze werkvorm zouden toepassen in hun eigen lessen waarbij de meeste deelnemers aangaven van wel. Ze gaven aan dat je deze werkvorm zou kunnen gebruiken als een manier om voorkennis te activeren, maar ook om juist hun kennis toe te passen nadat ze lessen over wetten hebben gehad. 

Journalistiek voor wie er eigenlijk geen tijd voor heeft

Nicolette van Dijkum en Lieve Heijsters (Nieuws in de klas) 

In de workshop die Nicolette van Dijkum en Lieve Heijsters verzorgden werden docenten opnieuw geconfronteerd met het feit dat leerlingen niet meer vanzelfsprekend hun informatie uit traditionele nieuwsmedia halen zoals kranten en televisie-uitzendingen, maar dat informatie overal is. Sociale media zijn de primaire bron van informatievoorziening van vo-leerlingen, en naast NOS Stories en pagina’s van kranten, zijn daar ook alternatieve media als Cestmocro te vinden. AI-tools worden ingezet als zoekmachines, maar beschikken niet noodzakelijkerwijs over actuele en juiste informatie. Kan een democratie eigenlijk functioneren zonder een goede informatievoorziening?  

In de werkvorm ‘Hoe sloop je de democratie?’ gingen de docenten in kleine groepjes aan de slag om de beste strategie te ontwikkelen voor het ondermijnen van de democratie. Aan de hand van verschillende nieuwsartikelen werd gekeken welke onderdelen van de democratische rechtsstaat in de Verenigde Staten onder druk staan. De groepjes kwamen samen tot de conclusie dat het aanvallen en ondermijnen van de persvrijheid en het zaaien van twijfel-strategieën zijn waarmee de democratie geweld aan kan worden gedaan. 

Hoe het staat met die persvrijheid aan de andere kant van de oceaan werd in een live-verbinding besproken met VS-correspondent Karlijn van Houwelingen (AD, Parool, De Morgen, Bureau Buitenland). “Er is persvrijheid”, zei Van Houwelingen. “Maar de pers staat wel onder druk. Je kunt ervan uitgaan dat wat er uit het Witte Huis gecommuniceerd wordt, niet waar is.” Een heftige constatering, die leidde tot een interessant gesprek tussen Van Houwelingen en docenten, waarmee de workshop werd afgesloten. 

Erasmus+: Teaching Controversial Issues

Tufan Naderi en Hay Janssen (Fontys Educatie Tilburg) 

Klik hier om de presentatie te downloaden

Natuurlijk: iedereen voelt het belang van het kunnen bespreken van controversiële onderwerpen, maar hoe doe je dat op een zinvolle manier? Tufan Naderi en Hay Janssen ontwikkelden werkvormen hiervoor en nemen ons vandaag hierin mee.  

Als docent heb je een belangrijke rol in de manier waarop je onderwerpen behandelt (aan het begin van de workshop merkt een deelnemer in de zaal ook op dat er bij schokkende gebeurtenissen in de samenleving vaak meteen naar “de maatschappijleerdocent” wordt gekeken). Maar in het bespreken van een controversieel onderwerp kun je de neiging hebben om bijvoorbeeld op zoek te gaan naar de zogenoemde ‘pushers’. De uitersten in het gesprek, de mensen die graag gehoord willen worden. Dat zijn ook de mensen die vaak aan talkshowtafels plaatsnemen. En in een klaslokaal geef je deze ‘pushers’ ruimte door bijvoorbeeld te vragen: “Wie vindt er iets heel anders?”. Als docent moet je echter juist proberen de stille meerderheid ruimte geven, want daar zit de nuance en is de complexiteit van een onderwerp waar te nemen. De ‘pushers’ pakken hun ruimte vaak zelf wel. Controversiële onderwerpen direct klassikaal bespreken is dus niet altijd het slimst. 

Een van de werkvormen die Naderi en Janssen hebben ontwikkeld, is het waardenkompas. Daar gaan we tijdens de workshop mee aan de slag. We moeten aangeven in hoeverre we 8 dingen “te rechtvaardigen” vinden. Denk aan: abortus, echtscheiding, euthanasie, zwartrijden in het ov. Op een schaal van 0 tot 10. Daarna bespreken we in tweetallen onze scores. Door het juist niet klassikaal te behandelen, hoeven leerlingen zich niet meteen klassikaal te verantwoorden en haal je de emotie er wat vanaf. Het gesprek is er echter wél.  

Is het doel dan dat iedereen het met elkaar eens wordt, dat we allemaal een grijs midden worden? Nee, absoluut niet, benadrukken Naderi en Janssen. Maar wel dat we mensen leren het gesprek aan te gaan ondanks alles waarover we het niet eens zijn.  

Film als gespreksstarter in de klas

Stichting Movies that Matters 

Movies that Matter gelooft in de kracht van film om ogen te openen voor lastige onderwerpen en deze bespreekbaar maken in de klas. Op de dag van de Docentendag is het festival in volle gang, maar de stichting doet veel meer dan dat: van een online database met films en lessen, tot educatieprojecten voor het vmbo, mbo, isk en vwo. 

De excursie draaide om de impact van beeld. We bekeken twee indrukwekkende Oscar-genomineerde korte fictiefilms die de harde realiteit van uitsluiting en onrecht tastbaar maken. In The Present volgden we een Palestijnse man die op de Westelijke Jordaanoever simpelweg een huwelijkscadeau wil kopen voor zijn vrouw. De beelden van de vernederende checks bij de grensovergangen zijn confronterend; je voelt de frustratie en machteloosheid van de hoofdpersoon door het scherm heen. Daarna zagen we A Lien, waarin een familie tijdens hun Green Card-aanvraag plotseling geconfronteerd wordt met de ICE en dreigende deportatie. 

Bij zulke zware thema’s ontstaan er triggers en emoties in de klas, en die moeten de ruimte krijgen. Maar hoe doe je dat veilig? We kregen briefjes met ‘eens’ en ‘oneens’ om discussies te starten. Hier werd op een fijne manier op door gevraagd waar door leerlingen zich veilig voelen. Vraag bijvoorbeeld eerst: “Wie wil hier iets over delen?” in plaats van een leerling direct aan te wijzen.  

Kortom: een erg leerzame middag met emotionele films en nieuwe kennis over hoe je films kan gebruiken in de les. 

Maak een leerlijn burgerschap voor jouw school

Jan-Abel Bolten (Expertisepunt Burgerschap) 

De workshop “Maak een leerlijn burgerschap voor jouw school” werd verzorgd door Jan-Abel Bolten van het Expertisepunt Burgerschap. Het Expertisepunt Burgerschap helpt scholen en schoolbesturen met het vormgeven van burgerschapsonderwijs. 

Tijdens de workshop gingen de deelnemers met elkaar aan de slag met het maken van een leerlijn burgerschap voor hun school. Zo spraken ze over de criteria waar alle scholen aan moeten voldoen op het gebied van burgerschapsonderwijs. In de workshop kwam onder andere aan de orde hoe je je leerlingenpopulatie in kaart kan brengen en wat dit betekent voor hun onderwijs. De deelnemers bespraken onderwerpen die in de schoolklassen in de praktijk aan de orde komen. Ook gingen ze met elkaar in gesprek over het opstellen van leerdoelen voor hun leerlingenpopulatie. 

Excursies

Rijksmuseum De Gevangenpoort

Bij Rijksmuseum De Gevangenpoort werden docenten door twee gidsen van het museum rondgeleid. Het gebouw van De Gevangenpoort is zelf het museumstuk met haar oude cellen, pijnkamer en de cel waar Cornelis de Witt gevangengehouden werd. In het meer dan 600 jaar oude gebouw leidde de gidsen ons door de geschiedenis van de rechtspraak heen. Hoe grim de straffen, maar ook verhoren waren. Hoe ongelijk de behandeling tussen de rijke en arme gevangen was en hoe zelfs kinderen zonder verhoor een straf kregen. 

Door de voorwerpen in het museum werd ook het belang van een sterke rechtsstaat belicht. Wat er bijvoorbeeld gebeurt wanneer je een beschuldiging krijgt en, in de middeleeuwen tenminste, je schuldig was tot het tegendeel bewezen kon worden. Een bezoek aan De Gevangenpoort laat in gruwelijk detail zien waarom eerlijke rechtspraak van belang is voor een sterke rechtsstaat. 

Hoge Raad der Nederlanden

Voor het bezoek aan de Hoge Raad der Nederlanden werden we ontvangen in hun indrukwekkende moderne pand aan het Korte Voorhout. Aldaar werden we verwelkomd door woordvoerder Jan Willem Jurg en vicepresident van de belastingkamer Mariken van Hilten. Zij namen ons mee voor een korte rondleiding door het pand, door onder andere de grote zittingszaal, de Mr. Visserzaal. Hierna hebben wij in de grote ontvangstruimte het prachtige schilderij van Helen Verhoeven mogen aanschouwen. Een waanzinnig groot schilderij waar de Hoge Raad midden in de samenleving wordt afgebeeld. 

In de kleine zittingszaal zijn wij het gesprek aangegaan met raadsheer Van Hilten. Ze gaf een uitgebreide en boeiende uitleg over het werk van de Hoge Raad. Wist u bijvoorbeeld al dat de 11 rechtbanken in Nederland jaarlijks ca. anderhalf miljoen zaken behandelen? En daarbij het hof ca. 45.000 zaken en de Hoge Raad ca. 5000 zaken. De Hoge Raad behandelt niet zomaar zaken, er moet immers een partij een cassatiezaak hebben ingediend wil de Hoge Raad een cassatiezaak behandelen. Zo kun je als burger bij bijvoorbeeld de belastingkamer een cassatieberoep indienen. Bijvoorbeeld als de beoordeling van jouw WOZ-waarde je niet aanstaat. Of wanneer je het niet eens bent met een aantal parkeerboetes. 

Kern van het verhaal is dat de Hoge Raad uitgaat van de drie ‘R’en’: rechtseenheid, rechtsontwikkeling en rechtsbescherming. En mocht u in kranten nog eens in koeienletters lezen dat de Hoge Raad te veel op de stoel van de wetgever zit, dan willen zij dat u weet dat dit allerminst het geval is. De wetgever vergeet namelijk soms wel eens dingen, zoals overgangsperiodes bij nieuwe wetgeving.  Of de wetgever laat iets bewust in het midden, zodat de rechter uitspraak moet doen. De Hoge Raad komt dan als laatste instantie in actie om te doen wat wettelijk juist is. 

Kabinet van de Koning

Na een zonnige wandeling langs de Hofvijver betraden we het Kabinet van de Koning. Hier namen we plaats in een net gerenoveerde ruimte met uitzicht op het Torentje en hoge plafonds die bewerkt waren met bladgoud. Ondanks deze opfrisbeurt hingen de portretten van de originele bewoners nog aan de muur. 

In deze setting kregen we van raadsadviseur Cissy van Wingerden een uitleg over de functie van het Kabinet van de Koning. Anders dan in andere landen neemt onze koning namelijk deel aan de regering, wat betekent dat zijn ondersteuning ook iets te melden heeft over zijn rol in het democratisch proces.  

Zo leerden we meer over de staatsrechtelijke functie van Zijne Majesteit. Maar er werd ook een tipje van de sluier gelicht over de beslissing om op bezoek te gaan bij president Donald Trump. Wat dat precies was, zullen we niet vertellen; deze informatie was alleen voor echte insiders bedoeld… 

NOS politieke redactie

‘Ik voel me als een kind in een snoepwinkel’, aldus een van de docenten die op excursie ging naar de politieke redactie van de NOS. We werden ontvangen door Wilma Borgman, politiek verslaggeefster Den Haag, onder andere bekend van ‘Met het oog op morgen’. Zij nam ons mee naar de vergaderkeuken en de docenten mochten haar het hemd van het lijf vragen. Hoe wordt de miljoenennota gelekt? Hoe is het om contact te leggen met politici? Hoe voorkom je dat je persoonlijke voorkeuren meeneemt in je journalistieke werk? Op de vraag: ‘Hoe bouw je nou een band op met politici?’ was het antwoord: ‘Bellen bellen bellen, praten praten praten, koffie koffie koffie.’ 

Na het gesprek volgde een rondleiding door de tv-studio en de podcast/radio-studio waar de deelnemers nog tegen de bevlogen NOS-verslaggever Michiel Breedveld aanliepen. Na nog een gesprek en veel selfies met NOS-verslaggeefster Marleen de Rooy, op het welbekende terras met uitzicht op het Binnenhof, was het alweer (ver over) tijd om te gaan. 

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tijdens de excursie naar de Tweede Kamer werden we ontvangen door de Dienst Verslag en Redactie (DVR). Een in eerste instantie voor de deelnemers onbekende, maar enorm belangrijke organisatie in de Tweede Kamer. 

Aart Mul gaf een presentatie over het werk van de DVR. Zo leerden we bijvoorbeeld dat alles wat in de vergadering in de Tweede Kamer gezegd wordt binnen 2 uur is terug te lezen op de website van de Tweede Kamer. Een flinke klus, want alles moet leesbaar op papier komen zonder dat zinnen worden verdraaid. Hoe wordt er dan omgegaan met emotionele uitingen? Of uitspraken als ‘Doe zelf normaal man!’? Nou, die blijven dus gewoon in de handelingen staan. 

Na nog een snelle blik op de plenaire zaal waar een studentendebat plaatsvond liepen we terug naar de Grote Kerk met nieuwe kennis over het reilen en zeilen binnen de Tweede Kamer.  

Raad van State

Klik hier om de presentatie te downloaden

Met veel enthousiasme werden wij ontvangen in het nieuwe gedeelte van de Raad van State aan de historische Kneuterdijk door woordvoerder Pieter-Bas Beekman. Allereerst namen wij met elkaar plaats in zittingszaal 2, waar Beekman een interactief gesprek op gang bracht. Hierin vertelde hij over de veelzijdigheid van het werk van de Raad van State en over de belangrijkste verschillen tussen de Afdeling advisering en de Afdeling bestuursrechtspraak. De Raad van State is immers de hoogste bestuursrechter van Nederland en behandelt jaarlijks vele rechtszaken. De Afdeling advisering was grotendeels onderwerp van gesprek. Deze afdeling behandelt jaarlijks ca. 350 wetsvoorstellen van regering en parlement. 

Ondanks vele berichten in de media over negatieve adviezen van de Afdeling advisering van de Raad van State krijgt slechts zo’n 7% een kritisch advies (een zogeheten C- of D-dictum). De meeste adviezen van de Raad van State over wetsvoorstellen zijn dus overwegend positief. Na het interactieve gesprek kregen wij een waanzinnige rondleiding door het prachtige ‘witte paleisje’, ofwel Paleis Kneuterdijk. Het totale programma liep door de rondleiding maar liefst een half uur uit, maar het was het volledig waard. Beekman nam ons mee langs alle wonderlijke ruimtes van het paleis en vertelde over de indrukwekkende historie. 

Dit verslag biedt helaas niet genoeg ruimte om hier al te veel over uit te wijden, maar advies aan iedereen om de tweede zaterdag van september, op Open Monumentendag, een bezoekje aan de Raad van State en Paleis Kneuterdijk te brengen. Beekman zal u met open armen ontvangen. 

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Wie een programma bij ProDemos in Den Haag boekt, hoopt natuurlijk stiekem dat hun klas als uitverkorene naar de senaat mag. Waar educatieve programma’s niet verder reiken dan de publieke tribune, mocht deze docentengroep plaatsnemen in de plenaire zaal van de Eerste Kamer, om vervolgens in gesprek te gaan met vier senatoren.  

Tekke Panman (BBB), Koen Petersen (VVD), Rian Vogels (VVD) en Paul van Meenen (D66) gingen met de docenten in debat over diverse stellingen die te maken hadden met de politieke participatie van jongeren en de zichtbaarheid van de Eerste Kamer zelf. Daar wist deze groep docenten wel raad mee; er waren zelfs politici die vroegen om meer argumenten vanuit de zaal, zodat ze die bij hun respectievelijke partijen onder de aandacht konden brengen. Ook het afschaffen van de Eerste Kamer kwam kort ter tafel, maar dit blijft een ingewikkeld vraagstuk waar de meningen vanzelfsprekend over verschillen. 

Het was indrukwekkend om de weloverwogen inrichting van de plenaire zaal te bekijken, te praten met de volksvertegenwoordigers en foto’s te maken. De klap op de vuurpijl was het afscheidscadeau: een speldje van een miniversie van de grondwet. Mocht iemand van deze delegatie ooit uitgenodigd worden voor Prinsjesdag, dan weet diegene wat die kan dragen.