Huis voor democratie en rechtsstaat

Geschiedenis

Geschiedenis Fort De Bilt en de Nieuwe Hollandse Waterlinie

Het Fort op de Biltstraat, tegenwoordig meestal Fort De Bilt genoemd, maakte deel uit van de circa 85 km lange Nieuwe Hollandse Waterlinie. Deze linie was van 1815 tot 1940 de hoofdverdedigingslinie in het Nederlandse defensiestelsel. Wat voor een soort linie was die ‘Nieuwe Hollandse Waterlinie’ en waartoe diende Fort De Bilt?

Water als verdedigingsmiddel

Water heeft in Nederland van oudsher een belangrijke rol gespeeld in de landsverdediging.

In de middeleeuwen werden kastelen omgeven door met water gevulde grachten om een bestorming te bemoeilijken. Later werden ook steden wel met zulke ‘natte’ grachten omringd. Vele daarvan zijn in de loop der tijd uitgebouwd tot indrukwekkende vestingen, denk maar aan de Vesting Naarden.

fort-de-bilt-water

Aan het einde van de zestiende eeuw kwam men op de gedachte hele gebieden met behulp van waterlinies tegen aanvallers te verdedigen. Zo’n waterlinie bestond uit een brede strook grond, die voor het grootste deel onder water gezet (geïnundeerd) kon worden. In West-Nederland bood het laagliggende polderland met de erin gelegen veengebieden en meren daartoe alle mogelijkheden.

De geïnundeerde gebieden vormden voor een aanvaller een moeilijk te passeren barrière, die hem dwong zich te richten op de doorgangen, aangeduid met de militaire term accessen. In die tijd waren dat vooral de rivieren, dijken en kades die het liniegebied in de breedte doorsneden, later kwamen hier verkeerswegen en spoorlijnen bij.

De verdediger wist dus op welke punten een aanval te verwachten was en kon daar met het opstelling van zijn troepen en aanleg van verdedigingswerken rekening mee houden.

De Oude Hollandse Waterlinie

In 1672 werd voor de eerste keer met succes een waterlinie gebruikt om een vijandelijke aanval tot staan te brengen. In dat jaar werd Nederland aangevallen door een Frans leger van meer dan 100.000 man. Hoewel ver in de minderheid slaagde het Nederlandse leger er in de aanval te weerstaan achter een overhaast langs de oostgrenzen van het gewest Holland aangelegde waterlinie, later bekend geworden onder de naam ‘Oude Hollandse Waterlinie’.

Dit succes heeft de Nederlanders eeuwenlang het vertrouwen gegeven dat men vanachter een waterlinie een overmachtige aanvaller zou kunnen weerstaan.

fort-de-bilt-waterlinie

Waarom een “nieuwe” Hollandse Waterlinie?

Een bezwaar van de Oude Hollandse Waterlinie was dat de stad Utrecht, ook toen al een belangrijk verkeersknooppunt, buiten de linie lag. Herhaaldelijk werd voorgesteld de stad binnen de linie te brengen. Toch duurde het tot 1815 voordat het zover kwam, het was Koning Willem I die het besluit er toe nam.

De inrichting van het inundatiestelsel en de aanleg van de permanente verdedigingswerken van de nieuwe linie duurde met onderbrekingen van 1815 tot 1885. Tussen 1815 en 1826 beperkten de bouwactiviteiten zich tot de aanleg van de meest noodzakelijke inundatievoorzieningen en de bouw van een aantal verdedigingswerken bij de stad Utrecht. De meeste ervan bestonden uit niet meer dan aarden wallen, omgeven door een natte gracht, met op de hoofdwal opstelplaatsen voor geschut. Fort De Bilt was het eerste fort uit een lange reeks en kwam tot stand tussen 1816 en 1819. Dat men juist met dit fort begon was vrij logisch: het was het meest waarschijnlijke punt van aanval voor een uit het oosten oprukkende vijand.

Tussen 1840 en 1885 werd de linie verder uitgebouwd en verbeterd. Op diverse accessen werden nieuwe forten gebouwd. Hierin kwamen bomvrije, bakstenen wachthuizen, kazernes en bergplaatsen voor munitie en geschut. Ook de aarden verdedigingswerken uit de eerste bouwperiode werden met bomvrije gebouwen versterkt. Overigens, bomvrij wilde toen zeggen: bestand tegen met buskruit gevulde projectielen.

fort-de-bilt-waterlinie-2

De linie omstreeks 1885

Omstreeks 1885 was de linie voltooid. Ze telde toen vijftig forten, waarvan twee waren gebouwd rond een middeleeuws kasteel (Muiderslot en Loevestein) en één rond een van oorsprong middeleeuwse nederzetting (Blauwkapel), vijf gemoderniseerde vestingsteden (Naarden, Muiden, Weesp, Gorinchem, Woudrichem) en een aantal eenvoudige, aarden batterijen. De diverse werken waren bestemd voor het opstellen van het geschut waarmee de verdediging moest worden gevoerd.

De inundatievelden vormden het onzichtbare deel van de linie. Pas bij een dreigende aanval zou onderwaterzetting plaats vinden. Hierbij zou gebruikt gemaakt worden van bestaande waterstaatkundige voorzieningen (sluizen, uitwateringskanalen) en speciaal voor het doel aangelegde inundatiekanalen en inundatiesluizen. Bij succesvolle inundatie kon de linie op sommige plekken tot 5 km breed worden. Bij voldoende waterstand in de rivieren, kon de verdedigingslinie in 4 tot 12 dagen in gereedheid worden gebracht.

fort-de-bilt-linie-met-paarden

De linie in gebruik

Driemaal is de Nieuwe Hollandse Waterlinie in staat van verdediging gebracht. In 1870 tijdens de Frans-Duitse oorlog, tussen 1914 en 1918 tijdens de Eerste Wereldoorlog en in 1939-1940. Er werden troepen gelegerd, het geschut was in stelling gebracht, maar inundaties werden slechts plaatselijk en dan nog meestal onvolledig gesteld.

Pas in april 1945, aan het eind van de Tweede Wereldoorlog, werd de linie voor het eerst volledig onder water gezet en dat nog wel door de Duitse bezetter! Tot een treffen kwam het niet door de Duitse capitulatie in mei 1945.

Uiteindelijk is de linie nimmer aangevallen, zodat het zijn afweerkracht in de praktijk nooit heeft kunnen bewijzen.

fort-de-bilt-mannen-bij-fort

De Nieuwe Hollandse Waterlinie als Nationaal Project

Na de Tweede Wereldoorlog had de linie als verdedigingslinie afgedaan. Een aantal forten bleef aanvankelijk in militair gebruik als opslagplaats, als oefenterrein of als thuisbasis voor speciale diensten. In de loop der jaren werden de meeste echter door Defensie afgestoten en kwamen in burgerhanden. Zo lagen jarenlang de restanten van de linie verspreid in het landschap, verwaarloosd en vrijwel vergeten door het grote publiek .

Rond de eeuwwisseling kwam men tot het inzicht dat de linie van grote militair-historische waarde is en een belangrijke bijdrage kan leveren aan de Ecologische Hoofdstructuur.

In de Nota Belvedère uit 1998, waarin de regering een groot aantal gebieden aangewezen heeft die voor speciale bescherming in aanmerking komen, is de NHW opgenomen als nationaal project. Het voornemen bestaat de linie voor te dragen voor plaatsing op de UNESCO lijst voor   Werelderfgoed, een lijst met objecten waarvan de cultuur-historische waarde internationaal wordt erkend. Een speciaal projectbureau begeleidt en stimuleert projecten die tot doel hebben de linie te behouden en te ontwikkelen.

fort-de-bilt-2-soldaten

Het zuidelijk deel van Fort De Bilt fungeerde van 1945 tot 1946 als Bewarings- en Verblijfskamp voor NSB-ers, thans is het in gebruik bij de Koninklijke Marechaussee.

Het noordelijk deel werd nog geruime tijd gebruikt als schietbaan maar is nu eigendom van de gemeente Utrecht. Het herbergt nog vele elementen die herinneren aan zijn militaire verleden: bakstenen bouwwerken die in de 19e eeuw zijn gebouwd en kazematten en groepsschuilplaatsen van gewapend beton uit de 20e eeuw. Tevens zijn er restanten van de schietbanen en een herdenkingsplaats voor tijdens de Tweede Wereldoorlog gefusilleerde verzetsstrijders. Vanaf 1999 beheerde Stichting Vredeseducatie het Fort De Bilt, sinds 2017 wordt het Fort beheerd door ProDemos. ProDemos maakt op Fort De Bilt een leuk en laagdrempelig programma waarin kinderen van 10 tot 14 jaar kennismaken met en nadenken over de democratische rechtsstaat.

fort-de-bilt-herdenking

 

–> Terug naar de hoofdpagina: Met de klas naar Fort de Bilt