Huis voor democratie en rechtsstaat

Verslag Avond van het politieke boek

zondag 17 september 2017

Op 15 september werd bekend dat Tom van der Meer met ‘Niet de kiezer is gek’ de Prinsjesboekenprijs voor het beste politieke boek van het afgelopen jaar heeft gewonnen. Enkele dagen daarvoor was hij, samen met de andere genomineerden, Joost Vullings met ‘De kinderen van Pim’ en Ferdinand Grapperhaus met ‘Rafels aan de rechtsstaat’ te gast op de Avond van het politieke boek.

Mark Kranenburg, journalist van NRC, bevroeg de drie genomineerden. Allereerst ging het over hun drijfveren: waarom hebben ze dit boek geschreven?

Strijd tegen ongelijkheid

Voor Ferdinand Grapperhaus begon het op reis. Onder andere in Kolkata (Calcutta) in India zag hij armoede en rechteloosheid. Kijkend naar de Nederlandse situatie kreeg Grapperhaus het gevoel dat er ook in Nederland iets mis aan het gaan is met een laag in de bevolking die niet meekomt. In zijn boek ‘Rafels aan de rechsstaat’ gaat Grapperhaus dan ook uitgebreid in op de ongelijkheid aan kansen die hij in de Nederlandse samenleving signaleert. Grapperhaus: “Iedereen zou dezelfde mogelijkheden en kansen moeten hebben. Iedereen moet de kans hebben om mee te doen.”

Trots op onze democratie

Tom van der Meer schreef zijn pamflet ‘Niet de kiezer is gek’, vanuit het gevoel dat we best met wat meer zelfvertrouwen mogen praten over onze democratie en vanuit frustratie over hoe het debat wordt gekaapt door feitenvrije kritiek op de democratie. “Democratische doemdenkerij en luchtfietserij”, noemt hij dat. In zijn boek weerlegt hij een hoop negatieve ideeën over onze democratie, leidend tot de conclusie dat we best trots mogen zijn op onze democratie. We zoeken nu oplossingen voor problemen in de democratie die er niet zijn. Er is geen crisis in onze democratie, er is alleen een crisis bij de gevestigde partijen. Zij moeten hun bestuurscultuur veranderen, zo zullen ze moeten accepteren dat minderheidscoalities kunnen functioneren. Een brede meerderheidscoalitie jaagt de kiezers enkel naar de flanken.

Vat met buskruit

Voor Joost Vullings kwam het boek ‘De kinderen van Pim’ voort uit nieuwsgierigheid naar hoe het zou zijn met de bijzondere mensen die destijds de Tweede Kamerfractie van de LPF vormden. De komst van de LPF naar de Kamer viel samen met de komst van Vullings als journalist voor de NOS aan het Binnenhof. Het was een bijzondere tijd. De LPF-ers waren altijd goed voor een spectaculaire quote. Maar er was weinig tijd om ze echt te leren kennen. Vullings: “Het waren eendimensionale soapkarakters”. Nu was er tijd om de mensen beter te leren kennen. Terugkijkend bestond de fractie uit alleen maar spitsen, er waren geen waterdragers. Het waren allemaal types die het al gemaakt hadden, die wel wisten hoe het moest in de politiek. Maar ze kwamen er achter dat het toch echt een ander vak was. En er ontbeerde natuurlijk een leidersfiguur. Vullings: “Deze karakters, zonder leider, dat was een vat met buskruit.”

Formatie

Over de lange formatie werd opgemerkt dat dit slecht is voor het vertrouwen in de politiek. Van der Meer toont onbegrip voor het van tafel vegen van een minderheidskabinet. We hebben met het vorige kabinet (dat zowel in de Eerste als Tweede Kamer uiteindelijk een minderheid had) en in bijvoorbeeld  Scandinavië gezien dat het heel goed kan werken. Grapperhaus toont zich geïrriteerd over GroenLinks, dat weigert te besturen. Hij ziet ook dat het midden ernstig verkleind is en dat het moeilijk is om hieruit een coalitie te vormen. Het speelveld is kleiner geworden, een aantal zetels (uiterst links en uiterst rechts) doet niet meer mee.

Waar moet de troonrede over gaan?

Tot slot mochten de genomineerden aangeven waar de troonrede komende dinsdag volgens hen over moet gaan. Grapperhaus wil dat de blik naar buiten wordt gericht. Het moet gaan over onze plek in de Europese Unie en over verduurzaming. Van der Meer vindt dat ongelijkheid het thema moet zijn. De politieke ongelijkheid is in Nederland gelukkig relatief klein, maar de kloof tussen hoog en laag opgeleiden wordt steeds groter. Vullings zou het mooi vinden als de koning namens de regering een dankspeech houdt voor het Nederlandse volk. We komen uit een crisis, die veel van de mensen heeft gevergd. We hebben het gefikst, waar gaan we nu naartoe?

Meer begrip voor de politiek

Juryvoorzitter Jan Schinkelshoek lichtte alvast een tipje van de sluier van het juryrapport op en vertelde dat de kernvraag voor de jury was of het boek de lezer helpt om een beetje beter te begrijpen wat er gebeurt in Den Haag. Twee dagen later werd duidelijk dat Tom van der Meer daar met zijn boek ‘Niet de kiezer is gek’ volgens de jury dus het beste in geslaagd is.