Huis voor democratie en rechtsstaat

Twee eeuwen kritiek op het parlement

vrijdag 12 februari 2016

Foto: Jeroen van der Meyde

Na 200 jaar Staten-Generaal maakt ProDemos samen met de Eerste en Tweede Kamer de balans op in een vierdelige collegereeks. Aflevering 1: Het aanzien van het parlement door de eeuwen heen, met hoogleraar Politieke Geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen Remieg Aerts en communicatieadviseur bij de Rijksvoorlichtingsdienst Guido Rijnja.

 

Twee eeuwen beeldvorming = twee eeuwen kritiek

Aerts maakt gelijk duidelijk: “Als je het hebt over twee eeuwen beeldvorming over het parlement heb je het in feite over twee eeuwen kritiek op het parlement.” Met oude spotprenten laat hij zien dat het parlement er vaak bekaaid vanaf kwam in de beeldvorming: het parlement werd afgebeeld als kermis, als een looprad zoals cavia’s in hun kooitje hebben staan of als een draaiorgel dat altijd hetzelfde deuntje speelt. Volgens Aerts heeft dit negatieve beeld te maken met hoe het parlement zich profileert, of liever gezegd, hoe het zich níet profileert. “Het Nederlandse parlement heeft in de 19e eeuw nooit het gevoel gehad zich te moeten bewijzen of manifesteren, omdat wij, in tegenstelling tot andere Europese landen, al een lange republikeinse traditie hadden.”

Na 1900 werd er meer aan publiciteit gedaan, maar meer in de vorm van voorlichting, om gezag uit te dragen. In de jaren zestig hielden Nederlanders alles kritisch tegen het licht, dus ook de staatsinrichting. Sindsdien is de kritiek op het functioneren, de representatievorm en de presentatie (‘te weinig charisma’) niet meer van de lucht geweest. Het antwoord daarop is steevast dat er staatkundig vernieuwd moet worden en een cultuurverandering nodig is.

 

Terechte kritiek?

Foto: Jeroen van der Meyde
Foto: Jeroen van der Meyde

Maar is de kritiek terecht? En is het imago van het parlement echt slechter dan vroeger? “De cijfers wijzen niet op een probleem”, zegt Aerts. De politieke interesse van mensen is vrij stabiel (schommelt tussen de 40 en 60 procent), de tevredenheid met onze democratie is hoog (80%, hoger dan vroeger), de opkomst bij de Tweede Kamerverkiezingen ligt ook rond de 80% en het vertrouwen in het parlement is van 45% in 1981 gestegen naar 55% nu, internationaal gezien een hoog percentage.

 

Trots op ons parlement

Toch kan het volgens Aerts nog beter. “De Eerste en Tweede Kamer zijn dagelijks op tv, maar het zijn de politici die zich dan profileren, niet het instituut zelf. We mogen wel wat trotser zijn op ons parlement, bijvoorbeeld door symbolische tradities of rituelen grootser te vieren. Op Prinsjesdag speelt het parlement eigenlijk maar een bescheiden rol.” Aerts voorspelt dat het parlement sowieso een steeds symbolischer rol zal gaan spelen, door de verschuiving van verantwoordelijkheden naar Europa. “De laatste tien jaar zie je dat politici zich steeds meer geroepen voelen om de ‘emoties’ van het volk te vertolken, omdat besluiten soms ook buiten hen om worden gemaakt. Het parlement wordt zo meer een symbolische vorm van representatie.”

 

De paradox van het parlement

Co-referent Rijnja bekijkt de beeldvorming over het parlement vanuit zijn communicatie-expertise.  “Symboliek en communicatiemiddelen dragen maar in bescheiden mate bij aan de beeldvorming over het parlement. Zo’n 80% van het imago wordt bepaald door het gedrag van mensen. De essentie van het parlement is de strijd en de spanning die daar plaatsvindt en de gezaghebbende afwegingen die er worden gemaakt.” Het tegenstrijdige is dat je een eenheid wil communiceren (het instituut parlement als geheel), maar dat verdeeldheid juist de essentie van het parlement is. Maar niet getreurd: volgens Rijnja berust een sterk merk altijd op een paradox. “Albert Heijn had als slogan ooit ‘’s Lands grootste kruidenier blijft altijd op de kleintjes letten’, of de Belastingdienst: ‘Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker’. Eigenlijk zou je zoiets ook voor het parlement moeten bedenken. Op het oude stadhuis van Den Haag staat bijvoorbeeld ‘Ne Jupiter quidem omnibus’, oftewel ‘Zelfs Jupiter kan het niet iedereen naar de zin maken’. Eigenlijk staat er heel groot: ‘Sorry!’.”

 

We moeten meer ‘Luyendijken’

Omdat de essentie van het parlement juist in die strijd ligt die er plaatsvindt, moet volgens Rijnja vooral die spanning worden getoond. Dat is waar het belang voor mensen ligt, in de zaken die er uitgevochten worden. “We zouden een beetje meer moeten Luyendijken. Daar bedoel ik mee: laat vooral de werking van het parlement zien, wat er gebeurt, hoe de dagelijkse gang van zaken is, net als Joris Luyendijk heeft gedaan voor de journalistiek en het bankwezen. Dat vinden mensen interessant.

 

Lezingenreeks 200 jaar Staten-Generaal

Deze lezingenreeks wordt georganiseerd door ProDemos in samenwerking met de Eerste en Tweede Kamer in het kader van 200 jaar Staten-Generaal. De thema’s zijn gebaseerd op de jubileumboeken In dit huis – Twee eeuwen Tweede Kamer, en Veelzijdig in deeltijd – De laatste 25 jaar in het vizier van de Eerste Kamer.

De volgende bijeenkomsten zijn op:

  • 29 februari: Het parlementaire debat – Henk te Velde en Alexander Pechtold
  • 14 maart: De traditie van parlementaire huisvesting en architectuur – Diederik Smit en Pi de Bruijn
  • 21 maart: De verhouding tussen Eerste en Tweede Kamer – Bert van den Braak en Joris Backer