Huis voor democratie en rechtsstaat

De totstandkoming van de EU in duizend-en-een-verhalen

dinsdag 25 maart 2014

Als er één ding duidelijk werd uit het eerste Europacollege is het wel dat de geschiedenis van de Europese Unie niet uit één verhaal bestaat. Mathieu Segers betoogde overtuigend dat er vele verhalen zijn over het hoe en waarom van Europese samenwerking. Het maakt nogal uit aan wie en wanneer je de vraag stelt. Een intrigerend en tegelijkertijd onthutsend idee.

Volgens Segers voelt de Europese bevolking, en zeker ook de Nederlandse, dat er iets niet klopt met die Europese samenwerking. Zelfs het feit dat Nederland van alle lidstaten het meest profiteert van de interne Europese markt, doet de scepsis ten aanzien van Europa niet verminderen.  Nu we het integratieproces langzaam beter leren kennen, blijkt dat maar weinig is wat het leek.  Zo leek de EU voor Nederland een rationeel markt- en muntproject. In werkelijkheid was het het resultaat van een proces van politiek duwen en trekken tussen Frankrijk en Duitsland, waarbij het resultaat steeds onvoorzien was. Dat de samenwerking economisch succes had en een ongekende welvaartsgroei met zich meebracht, was eigenlijk een onverwachte meevaller.

Van meet af aan was Nederland materieel onderdeel van de Europese integratie. Sinds 1950 was Nederland economisch onlosmakelijk verknoopt geraakt met Duitsland. Participatie in de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staat (EGKS) kwam niet voort uit overtuiging, maar omdat Nederland overrompeld werd. Nederland had zelf hele andere plannen, namelijk versterking van de samenwerking met Amerika en het Verenigd Koninkrijk. Maar deze plannen werden afgeserveerd. Omdat de Nederlandse economie pas dan weer lucht zou krijgen, moest Nederland wel meedoen met de EGKS. De handel met Duitsland (Ruhrgebied) was te belangrijk. Evenzo waren er na 1989 geen goede argumenten meer om niet mee te doen aan de muntunie. Nederland deed mee, omdat Duitsland eraan mee deed. En waarom deed Duitsland mee? Omwille van de schuldenlast van Auschwitz. Of zoals Helmut Kohl zei: “Duitsland heeft vrienden nodig”.

segers-klein-2_medium

En zo zit iedere lidstaat om zijn eigen redenen in de EU. Frankrijk  had het op eigen kracht niet gered en was pro-Europees uit realisme. Vervolgens zagen ze hun kans schoon om met de Europese Munt Unie de concurrentiestrijd met de Duitse Mark te beslechten. Italië had vooral financiële belangen, het land kreeg veel steun voor het arme zuiden.  Daarnaast speelde ook hier rehabilitatie een belangrijke rol.

Natuurlijk waren er idealisten, die in de EU een bescherming tegen oorlog zagen. In de praktijk is hier echter nog geen invulling aan gegeven. De Europese markt functioneert wel, maar als het gaat om sociale cohesie is men niet verder gekomen dan een intentieverklaring. De belofte van Europese integratie is niet volledig ingelost. Het verenigen van mensen is moeilijk gebleken.

De nationale verhalen zijn te eenzijdig en te incompleet. Ook in andere lidstaten leidt dit tot frustraties met Europa. Gebrek aan kennis leidt tot onbegrip en tot frustratie. Daarom is het goed om ons meer te verdiepen in de echte geschiedenis en realiteit.

Mathieu Segers is als docent en onderzoeker Europese integratie verbonden aan de Universiteit Utrecht. Hij trok de aandacht met het bekroonde boek Reis naar het continent, over Nederland en de Europese integratie van 1950 tot heden.

De overige colleges zijn op:

  • 31 maart: Bart van Riel – De economie van Europese integratie
  • 7 april: Mendeltje van Keulen – het Europese debat in de nationale politiek
  • 14 april: Mathieu Segers – verkenning van mogelijke toekomstscenario’s

 

Praktische informatie

  • maandag 31 maart, 7 en 14 april
  • 20.00 uur (inloop vanaf 19.30 uur)
  • ProDemos, Hofweg 1H in Den Haag
  • Toegang is gratis
  • Aanmelding is verplicht en kan via aanmelden@prodemos.nl, onder vermelding van Europacolleges en de datum/data van uw komst.

De collegeserie Waar het Europese debat over moet gaan wordt georganiseerd door ProDemos – Huis voor democratie en rechtsstaat – in samenwerking met het Montesquieu Instituut, de Haagse Campus van de Universiteit Leiden, Instituut Clingendael en de Nederlandse vertegenwoordiging van het Europees Parlement.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *