Huis voor democratie en rechtsstaat

Het parlementaire debat

vrijdag 11 maart 2016

Ter ere van 200 jaar Staten-Generaal organiseert ProDemos samen met de Staten-Generaal een vierdelige lezingenreeks. Op 29 februari is de lezing in het kader van ‘Het parlementaire debat’. Kars Veling, directeur van ProDemos, stelt de sprekers van de avond voor: Henk te Velde en Thom de Graaf.

Henk te Velde is hoogleraar Vaderlandse geschiedenis aan Universiteit Leiden. Te Velde heeft veel publicaties over de Nederlandse geschiedenis op zijn naam staan. Onlangs was hij redacteur van het boek ‘In dit huis’ dat verscheen ter ere van de 200e verjaardag van het parlement.

Thom de Graaf is Eerste Kamerlid voor D66. Hiervoor legde hij zijn functie als burgemeester van Nijmegen neer. Eerder was hij minister van Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties en fractievoorzitter van D66 in de Tweede Kamer.

WP_20160229_21_40_45_Pro-Website_medium

Het parlement als theater en arena

Te Velde vindt het een genoegen om het vanavond te hebben over het parlementaire debat: “Ik vind het zo mooi dat ik bang ben dat ik te lang ga praten.” Hij wil de beeldvorming van het Nederlandse parlementaire debat vanuit twee perspectieven bekijken.

Het eerste perspectief is een vergelijking tussen het Nederlandse parlement met de parlementen in Frankrijk en Groot Brittannië. De tweede visie is gericht op de geschiedenis van het Nederlandse parlementaire debat. “Ik heb geprobeerd tweehonderd jaar te overzien, eens zien hoe snel ik daar doorheen kan gaan.”

Hij begint met Groot Brittannië: “Een parlementsvergadering daar is zoals we het nu kennen een verhit debat, het lijkt net een arena.” Het heeft ook de opstelling van een arena, waarin twee kampen tegenover elkaar zitten en elkaar direct aankijken en -spreken. Naast de arenaopstelling kent welsprekendheid een hoge waardering. Als je luistert naar wat de parlementariërs aan het debat toevoegen, kan men concluderen dat het Nederlands debat erg braaf is. “Ik heb onze minister-president een politicus nog nooit horen aanduiden met ‘The idiot sitting opposite of me’,” legt Te Velde uit. Dergelijke opmerkingen zijn een typische vorm van ad-hominem argumentatie: op de man en niet op de bal spelen. In het Nederlandse parlement wordt veel eerder een beroep gedaan op logische argumentatie, dit wordt ook wel logos genoemd.

Waar het in de politiek ook om draait, is ethos. Hierbij is de argumentatie gegrond op gezag. “Als ik een voorbijganger was geweest, had u niks geloofd van wat ik hier vanavond vertel, maar na zo een introductie van Kars Veling doet u dat wel,” aldus Te Velde.

Na het parlement in Groot Brittannië werpt Te Velde een blik op het Franse parlement. Hij concludeert dat daar een theatersfeer heerst. De Assemblée Nationale ontsond tijdens de Franse Revolutie en telt 577 leden. De ruimte waarin gedebatteerd wordt, vormde  voor sprekers een uitdaging vanwege de formidabele afmetingen. “Om het publiek te bereiken moest je de begaafdheid van een theateracteur hebben.” Niet ideaal, maar brengt het verhaal naar een derde element. Naast logos en ethos is er ook pathos. Met pathos doe je beroep op de publieke emoties.

Het tweekamerstelsel

Nu is de beurt aan de geschiedenis van het Nederlands parlement. In 1795 ontstond het eerste moderne parlement in Nederland, naar Frans voorbeeld. De Tweede Kamer werd opgericht in 1814, de Eerste Kamer een jaar later. Te Velde: “U kunt wel denken: wat kan 1814 en die zaal mij schelen? Maar we zien het begin van ons huidige parlement, een tweekamerstelsel.” De vergadercultuur die zo kenmerkend is voor de Nederlandse politiek werd geboren. “Het Nederlandse debat is constant opzoek naar het bereiken van consensus,” aldus Te Velde.

WP_20160229_21_03_09_Pro-Website_medium

Tot het jaar 2000 kende het parlement schrapbepaling. De voorzitter mocht een uitspraak veroordelen en de spreker terugfluiten. Het huidige parlement kent deze functie niet meer. “De voorzittersfunctie is een beklagenswaardige functie geworden, het proces wordt bewaakt maar er is weinig functie van gezag,” licht Te Velde toe.

Welsprekendheid

Thom de Graaf neemt het hier van Te Velde over en wil het hebben over welsprekendheid. Als Eerste Kamerlid, voormalig Tweede Kamerlid én oud-minister, heeft hij een lange ervaring met het parlementaire debat.

De Graaf vindt het debat in de Tweede Kamer van populistische aard, in de Eerste Kamer wint het politieke gezag meer terrein. “Tenminste zolang de camera’s de weg nog niet gevonden hebben naar de Eerste Kamer,” grapt hij. Maar kan er bij welsprekendheid gesproken worden van retorische begaafdheid? Ter illustratie noemt De Graaf Thorbecke, wiens teksten volgens De Graaf beter na te lezen waren dan aan te horen. Hiermee concludeert hij dat politici tegenwoordig vooral langs een amusementswaardelat gelegd worden om hun effectiviteit te meten.

In Nederland heeft het parlement niet veel retorische talenten in huis, zegt De Graaf. Volgens De Graaf is dit niet per se erg, want welbespraakt zijn, is niet hetzelfde als effectief zijn. Hij haalt oud-Tweede Kamerlid Jan Marijnissen (SP) aan. “Hij was geen grote spreker, maar hij gebruikte zeer directe taal, wat een buitengewone effectiviteit kende.” De Graaf besluit met een geruststelling: “Ons parlement wordt misschien als saai ervaren, maar dit betekent wel dat we stabiel zijn. We zijn geen Groot Brittannië en Frankrijk, maar godzijdank worden we ook beter geregeerd.”

In het publiek merkt iemand op dat Wim Kok in zijn tijd als minister president de Kamerleden een verbod op legde om zich te wenden tot ambtenaren voor informatie, omdat de informatie direct van de ministers en de minister-president hoorde te komen. Hierdoor kwam het Kamerlid op achterstand, omdat de media dankzij de Wet Openbaarheid van Bestuur wel overal binnenkwamen. De Graaf beaamt dat het een foute angst was dat ambtenaren tijd zouden verliezen of ministers in gevaar zouden brengen.

WP_20160229_21_02_57_Pro-Website_medium

Hierop besluit moderator Veling de bijeenkomst met de mededeling dat diezelfde Wim Kok op 10 mei te gast is bij het Politiek Café over ‘touwtrekken om de macht’. Het is een nagesprek van de marathonvoorstelling van Borgen die op 7 en 8 mei in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag te zien is.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *