Huis voor democratie en rechtsstaat

Collegereeks ‘Democratie zonder rechtsstaat: hoe gevaarlijk is dat?’ (2017)

In mei en juni 2017 organiseerde ProDemos vier colleges over de spanning tussen de democratie en de rechtsstaat. De principes van de rechtsstaat zijn een wezenlijk onderdeel van de democratie. Wat gebeurt er als een meerderheid die principes wil veranderen? Als de verbinding van democratie met rechtsstaat wordt doorgesneden? Lopen democratieën een risico dat de rechtsstaat wordt verdrongen door de ‘wil van het volk’?

In de collegereeks zochten we naar antwoorden op deze vragen. Onder meer door te kijken naar de geschiedenis, maar ook door de hedendaagse politiek en publieke opinie onder de loep te nemen. En uiteindelijk wilden we benoemen hoe we de waarden van de democratische rechtsstaat kunnen behoeden en doorgeven.

De meerderheid beslist?

In de collegereeks keken we naar de spanning tussen de democratie en de rechtsstaat. Er is onvrede over de politiek, de instituties, het recht, de globalisering. Mensen voelen zich niet gehoord of buiten gesloten. Die spanning uit zich dan in een roep om ‘meer macht aan het volk’, de wens om een andere politiek, maar ook in meer gevoelens van nationalisme. Een deel van de bevolking keert zich af van de bestaande politiek. Anderen willen verandering. Nieuwe partijen en bewegingen komen op.

De democratie is gebouwd op het principe van ‘de meerderheid beslist’. Maar wat een meerderheid wil is niet altijd goed voor iedereen en kan zelfs rechten van mensen aantasten. Daarom is bescherming van mensen in grondrechten vastgelegd, ook voor minderheden die als lastig gezien worden. De principes van de rechtsstaat zijn een wezenlijk onderdeel van de democratie. Vrijheden zoals die van meningsuiting en persvrijheid en het anti-discriminatiebeginsel zijn belangrijke waarden die beschermd moeten worden; ook als er een meerderheid anders over denkt.

Nieuw vertrouwen in protectionisme

De Raad van State signaleerde bij het uitkomen van het Jaarverslag over 2016 de onvrede met de bestaande politiek en instituties en een nieuw vertrouwen in nationalisme en protectionisme. Volgens de Raad “raken die uitkomsten de fundamenten waarop de maatschappelijke ontwikkelingen en verworvenheden van de afgelopen driekwart eeuw berusten.” Zij schetsen breuklijnen, die hen in het bijzonder zorg baren, zoals tussen democratie en rechtsstaat en tussen directe en vertegenwoordigende democratie. Over die laatste scheidslijn zegt de Raad van State dat zorgen over de vertegenwoordigende democratie er niet toe mogen leiden dat vertegenwoordigende organen, zoals de Tweede Kamer, de besluitvorming over algemeen verbindende voorschriften zoals wetten gaan overlaten aan bijvoorbeeld de uitkomst van referenda: “Onderkend moet worden dat de democratische rechtsstaat berust op het concept van de vertegenwoordigende democratie.”
Hoe houden we de balans tussen de volksvertegenwoordiging en volksraadpleging?

De rechtsstaat volgens politieke partijen

Voor de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart presenteerde de Orde van Advocaten een analyse van de verkiezingsprogramma’s op rechtsstatelijkheid. Hieruit komt naar voren dat in vijf van de dertien onderzochte partijprogramma’s ‘spierbalmaatregelen’ worden gedaan, die op gespannen voet staan met de rechtsstaat of indruisen tegen in de grondwet vastgelegde vrijheden. Dikwijls spelen deze maatregelen in op zorgen over immigratie en angst voor terrorisme en jihadisme. Hoe verhoudt zich dit tot de bescherming van vrijheden van burgers? Vijf partijen kregen rode signaleringen, een verdubbeling ten opzichte van de vorige verkiezingen.

Hoogleraar Wouter Veraart, die het onderzoek naar de rechtsstatelijkheid in verkiezingsprogramma’s leidde, was in een interview met NRC helder: “Politici brengen rechtsstaat in gevaar.” Hij spreekt van “een zorgwekkende ontwikkeling in een turbulente tijd. Je ziet in 2017 dat meer partijen gevoelig zijn voor de verleiding om door te slaan in flinkheid. Die voorstellen hebben vaak betrekking op dreigingen die voortvloeien uit de vluchtelingencrisis, terrorisme of radicaal islamitisch gedachtegoed. Dat zijn thema’s waarover veel mensen erg bezorgd zijn. En om die dreigingen het hoofd te bieden, grijpen sommige politieke partijen naar maatregelen die soms erger zijn dan de kwaal.”
Hoe werken dergelijke opvattingen uit in de politieke praktijk en in het publieke debat? Welke gevolgen heeft dit voor de bescherming van minderheden en de vrijheden van burgers in ons land? En wat betekent dit voor de bescherming van de democratische rechtsstaat?

Niet op zichzelf

Deze ontwikkelingen staan niet op zichzelf. De tendens van ‘de grootste schreeuwers aan de macht’ is niet alleen in Nederland merkbaar. Ook in andere landen, binnen en buiten Europa, zijn vergelijkbare ontwikkelingen gaande. Bescherming van minderheden en grondrechten worden her en der verlaten. Democratisch gekozen leiders proberen het recht en de rechtspraak naar hun hand te zetten. Daarmee worden pijlers van een democratie, zoals scheiding der machten en onafhankelijke rechtspraak, aangetast. Lopen westerse democratieën het risico dat de rechtsstaat wordt aangetast? Wat is nodig om de democratische rechtsstaat te beschermen?

Onderwerpen per avond:


College 1: Wat is een democratische rechtsstaat? (29 mei)

Van dit college is een verslag gemaakt.

Het eerste college werd gegeven door Maurice Adams, hoogleraar Democratie en Rechtsstaat aan Tilburg University en Tilburg Law School.

Geschiedenis, ontwikkelingen en knelpunten van de democratische rechtsstaat.
Er is, denkt Adams, een maatschappelijke roep om stevige maatregelen, en flinke politiek. ‘De politiek’ lijkt sterk onder de druk te staan van een roep om meer veiligheid, en door een vermeende meerderheidswens. Het horen en bediscussiëren van kritische tegenstemmen, zo kenmerkend voor een goed tot wasdom gekomen systeem van checks and balances, is daarin noodzakelijk, maar worden in onze democratische cultuur niet heel ernstig genomen. Door het gebrek aan tegenspraak, is het idee van machtseven­wicht eigenlijk verworden tot een gebrek aan even­wicht. Het gaat er ook om dat op institutioneel niveau deze checks and balances goed georganiseerd zijn.

College 2:  Kan de democratie zichzelf om zeep helpen in een democratische rechtsstaat? (6 juni)

Van dit college is een verslag gemaakt.

Het tweede college werd gegeven door Bastiaan Rijpkema, universitair docent rechtsfilosofie aan Universiteit Leiden. De moderator deze avond was Martijn Polak, raadsheer bij de Hoge Raad.

Democratie is waarschijnlijk het beste wat de politieke filosofie heeft voortgebracht. Toch is het geen rustig bezit: democratie bevat de ingrediënten voor haar eigen vernietiging. Wat brengt een democratie ertoe om haar eigen noodlot te omarmen? Mag een democratie zich verweren tegen antidemocraten – of is dát juist heel ondemocratisch? Hoe voorkom je dat democratie in prille staten betekent: ‘one man, one vote, one time’?

College 3: Hedendaagse politiek t.a.v. democratie en rechtsstaat (12 juni)

Van dit college is een verslag gemaakt.

Het derde college werd gegeven door Wouter Veraart, hoogleraar Rechtswetenschap en Rechtsfilosofie en hoofd afdeling Rechtstheorie & Rechtsgeschiedenis op de Vrije Universiteit in Amsterdam. De moderator deze avond was Geerten Waling, historicus en publicist.

Hoe wordt in de programma’s van Nederlandse politieke partijen over de rechtsstaat gesproken? Hoe werken deze opvattingen uit in de politieke praktijk en in het publieke debat? Welke gevolgen heeft dit voor de bescherming van minderheden in ons land? En voor de bescherming van de democratische rechtsstaat?

College 4: Hoe kunnen de waarden van de democratische rechtsstaat worden behoed en doorgegeven? (20 juni)

Van dit college is een verslag gemaakt.

Dit vierde en laatste college werd gegeven door Winnie Sorgdrager, voormalig minister van Justitie (D66) en sinds 2006 lid van de Raad van State. De moderator deze avond was Geerten Waling, historicus en publicist.

In een artikel in het Financieel Dagblad schrijft Kim Putters: “De democratische rechtsstaat bracht ons vrijheid en welvaart, maar moet ons er nu voor behoeden om die verworvenheden te verliezen.” Hij vindt dat we de burgerplicht hebben om daaraan bij te dragen. Hoe kan die bijdrage worden ingevuld? En wat betekent dat bijvoorbeeld voor instituties, organisaties en personen?